Wat is floravervalsing?

Floravervalsing is het verschijnsel dat plantensoorten die niet van nature op een locatie groeien, daar toch tot vestiging en ontwikkeling komen door niet-natuurlijke oorzaken.


Inzaai en vermenging

Floravervalsing kan optreden door verkeerde inzaai en door verkeerde vermenging van genen.

Inheemse plantensoorten groeien van oudsher op locaties met specifieke standplaatsomstandigheden. Ze zijn daaraan optimaal aangepast. Vooral de zeldzamere soorten stellen hoge eisen aan hun standplaatscondities waardoor ze slechts op speciale locaties voorkomen. Plantensoorten inzaaien op locaties waar ze van oudsher niet voorkwamen wordt floravervalsing genoemd.

Wanneer een soort met z’n specifieke verzameling eigenschappen die is geërfd van de ouders (genotype) wordt verplaatst naar een locatie waar de soort al voorkomt maar met een ander genotype kan kruising een verzwakking van de soort opleveren. De soort is immers niet meer optimaal aangepast aan z’n standplaats. Ook dit wordt tot floravervalsing gerekend.

Daarom wordt afgeraden zeldzame soorten op te nemen in de inzaaimengsels. In het algemeen wordt ook gesteld dat zaden niet verder mogen worden verspreid dan ca. 30 km vanaf de bronlocatie om floravervalsing te voorkomen.

Floravervalsing: Esparcette (EurECO)

Floravervalsing: Esparcette (EurECO)

Lokale herkomst

Er kan wel rekening gehouden worden met de geografische herkomst van de inzaai. Veel soorten zijn beperkt in hun landelijke verspreiding. Dit geldt met name geldt voor de kruiden in de grasbekleding op dijken. Veel soorten op rivierdijken groeien niet op zeedijken, en de soorten in Limburg zijn anders dan de soorten in Friesland. Om het succes van de soorten op een dijk te verhogen en de biodiversiteit te behouden wordt bij in- en doorzaai de voorkeur gegeven aan soorten en zaadmengsel van een lokale herkomst (in straal van ca. 40 km). Hier kan specifiek naar worden gevraagd bij de leverancier. Ook is uitleggen van maaisel ten behoeve van ontwikkeling van bloemdijken mogelijk.