Er is een keuze uit veel zadenmengsels.

We gaan onderstaand in op:

  • Standaard dijkenmengsels en alternatieven
  • Inzaai met eenjarige grassoorten
  • Inzaaimengsels en beheervorm
  • Zadenmengsel voor soortenrijke, bloemrijke dijken (bloemdijken)
  • Leverantie inzaaimengsels
  • Discussie Margrietenmengsel

Standaard dijkenmengsels en alternatieven

De Delta (D) zaadmengsels zijn standaard graszaadmengsels voor de inzaai of doorzaai op dijken.

  • D1 is een zaadmengsel dat gebruikt wordt voor beweiding.
  • D2 is een zaadmengsel dat gebruikt wordt voor hooiland beheer.

Doorgaans bevatten de mengsels een hoog aandeel Engels raaigras (Lolium perenne) voor een snelle ontwikkeling van de grasmat en Rood zwenkgras (Festuca rubra) dat dieper wortelt in de toplaag. Tevens is Veldbeemdgras (Poa pratensis) goed vertegenwoordigd in de mengsels. Daarnaast zijn er andere soorten opgenomen in  het zaadmengsel (zie tabel). De samenstelling van de mengsels kan verschillen per leverancier evenals de rassen die per soort gebruikt worden.

Alternatieven zijn het mengsel BTK 1100 (snelle vestiging), BG5 (klaver t.b.v. stikstof), BG11 (moeilijkere omstandigheden op veengrond en zware kleigrond) en diverse grassen-kruidenmengsels die worden aangeboden door verschillende leveranciers. Op internet is hier veel informatie over te vinden.

D1 veel voorkomende samenstelling D2 veel voorkomende samenstelling BG11

(info Barenbrug)

BG5

(info Barenbrug)

BTK 1100

(info Barenbrug)

40% Engels raaigras (voedertype)

25% Veldbeemdgras

15% Roodzwenk – fijn

10% Roodzwenk – fors

10% Witte klaver

10% Engels raaigras

30% Veldbeemdgras

30% Roodzwenk – fijn

30% Roodzwenk – fors

36% Engels raaigras diploïd – laat

33% Engels raaigras diploïd – middentijds

3% Veldbeemd

14% Timothee hooitype*

14% Beemdlangbloem*

Engels raaigras laat doorschietend – diploïd

Engels raaigras middentijds doorschietend – diploïd

Veldbeemdgras

Witte weideklaver

Witte cultuurklaver Timothee weidetype*

Timothee hooitype*

Beemdlangbloem*

15% Westerwolds raaigras

20% Veldbeemdgras

10% Roodzwenk – gewoon

50% Roodzwenk – fors

5% Gewoon struisgras*

*soorten die niet tot standaard D1 of D2 horen.

De theorie dat het D2 mengsel leidt tot een diepere doorworteling, wordt ondersteund door een analyse van de potentiële doorworteling. Een groter aandeel van Rood zwenkgras kan leiden tot een doorworteling die ca. 5 cm verder de bodem ingaat.


D1 zaadmengsel (EurECO)

D1 zaadmengsel (EurECO)

D2 zaadmengsel (EurECO)

D2 zaadmengsel (EurECO)

Inzaai met eenjarige grassoorten

Na aanleg van een nieuwe dijk en na dijkverbetering dient de dijk groen de winter in te gaan. Dit kan worden bereikt door in te zaaien met een eenjarige grassoort. Voorbeelden hiervan zijn Westerwolds raaigras en Italiaans raaigras. Beide soorten kiemen relatief snel en zorgen daarna snel voor een tamelijk dichte grasmat. De grasmat heeft weliswaar een voldoende bedekking op maaiveldniveau maar nog geen dichte, diepgaande doorworteling. De eenjarige grassoorten zijn ook in het tweede jaar na inzaai nog in zeker mate aanwezig in de vegetatie maar nemen daarna geleidelijk af. Wanneer direct bij inzaai met de eenjarige grassoort een duurzamer mengsel is meegezaaid nemen de soorten uit dit mengsel geleidelijk de plaats van de eenjarige grassoort in.

Inzaaimengsels en beheervorm

Het inzaaimengsel voor dijken moet worden afgestemd op het toekomstige gebruik en beheer. De soortensamenstelling in weidepercelen (standbeweiding of extensief) verschilt van die in hooilanden of weidepercelen met wisselbeweiding.

De karakteristieke en trouwe soorten van de hooilanden en de weilanden met wisselbeweiding kunnen worden gebruikt bij de samenstelling van nieuwe inzaaimengsels. Het gaat hierbij zowel om de grassen als om de kruiden. De verhouding van de hoeveelheid grassen en kruiden in het inzaaimengsel bepalen grotendeels de verhouding van het aandeel van de uiteindelijke grassen en kruiden in de nieuwe dijkvegetatie omdat de spontane vestiging van soorten traag verloopt.

D-wei bijmengsel (HHNK)

D-wei bijmengsel (HHNK)

D-hooi bijmengsel (HHNK)

D-hooi bijmengsel (HHNK)

Zaad mengen (HHNK)

Zaad mengen (HHNK)

Zadenmengsel voor soortenrijke, bloemrijke dijken (bloemdijken)

De basis van de meeste soortenrijke, bloemrijke dijkvegetaties bestaat uit een 20-tal grassoorten waarvan Glanshaver, Goudhaver, Reukgras en Kamgras de belangrijkste zijn. In soortenrijke hooilanden domineren vaak Glanshaver, Goudhaver en Reukgras, in soortenrijke weilanden vaak Kamgras en Goudhaver. In beide type grasland komen Ruw beemdgras, Veldbeemdgras, Rood zwenkgras, Engels raaigras, Gestreepte witbol en Zachte dravik meestal ook in meer of mindere mate voor.

Naast de grassen komen in soortenrijke dijkgraslanden vele tientallen soorten kruiden voor. Deze kruiden kunnen worden ingedeeld in algemene kruiden die bij een juist beheer op vele bodemsoorten kunnen voorkomen en minder algemene soorten die hogere eisen stellen aan de standplaats en vaak vooral of alleen voorkomen op lichtere grondsoorten.

Leverantie inzaaimengsels

In Nederland leveren slechts enkele bedrijven en instanties betrouwbare zaden en zadenmengsels die zowel van inheemse herkomst zijn als floravervalsing uitsluiten.

Leveranciers, waar onder de firma Biodivers uit Oudewater, werken aan de samenstelling van een zadenmengsel voor bloemdijken. Biodivers verzamelt zadenmengsels van complete, soortenrijke graslanden in de uiterwaarden van de grote rivieren (Maas, Rijn, IJssel). Dit bedrijf koopt graslanden ‘op stam’ waaruit vervolgens machinaal de zaden van de aanwezige grassen en kruiden worden gewonnen. Maar omdat verschillende soorten verschillende bloeitijden hebben is het moeilijk om alle soorten tegelijkertijd te verzamelen bij eenmaal oogsten en de juiste mengverhouding te bepalen. Daarom moeten de vroeger of later bloeiende soorten achteraf worden toegevoegd aan het mengsel. De firma Cruydt-Hoeck uit Nijeberkoop en de firma De Bolderik uit Wervershoof kunnen hiervoor zaden leveren.

Cruydt-Hoeck levert universele basismengsels die een goed uitgangspunt zijn voor de aanleg van een bloemrijke vegetatie. De universele basismengsels zijn in een breed milieu toepasbaar. Zeldzame of kritische soorten worden bewust achterwege gelaten om plantengeografische patronen zo min mogelijk te verstoren. Op deze manier heeft het bloemrijk grasland een grote kans om mooi tot ontwikkeling te komen met planten die redelijk gemakkelijk willen groeien.

De Bolderik heeft een grote kwekerij met een grote variatie aan wilde planten en een aantal proefvelden met eigen wilde bloemenmengsels. Naast zadenmengsels verkoopt De Bolderik ook meer dan 300 soorten los.


Discussie Margrietenmengsel

Waterschap Rivierenland heeft bij een dijkverbetering het Margrietenmengsel toegepast als bijmengsel bij D2.

Margrietenmengsel

Chichorei

Duizendblad

Gewoon Reukgras

Glanshaver

Hopklaver

Kamgras

Korenbloem

Margriet

Paarse morgenster

Pastinaak

Rode Klaver

Smalle Weegbree

Wilde peen

Zachte Dravik

Zuring

Aangevuld met Klaproos voor een bloemrijk resultaat in het eerste jaar.

Inzaai Margrietenmengsel, dominantie Klaproos (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, dominantie Klaproos (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, lage erosiebestendigheid (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, lage erosiebestendigheid (EurECO)

Dit Margrietenmengsel is een prijsbewust mengsel met eenjarige soorten die direct in het eerste jaar al een leuk beeld met bloemen opleveren, soorten die geen specifieke eisen stellen aan de toplaag waardoor de kans op succes groter is. Het bevat geen ecologisch hoogwaardige soorten die tot hogere kosten en lagere succeskansen leiden. (bron: WSRL, Memo Inzaaien dijktaluds en bloemrijke mengsels, Combinatie dijkverbetering HOP, HOP-COR-00123, (niet publiek))

De ervaring bij het dijkversterkingsproject Hagestein-Opheusden was dat in het eerste jaar er een uitbundig bloeiende kruidenvegetatie ontstond met een slechte grasmat. Pas na (klepel) maaien en lokaal doorzaaien kwam de grasbekleding tot ontwikkeling. Na twee jaar ontstond ook op plekken waar niet werd doorgezaaid een open tot gesloten zode. De conclusie was dat de beheerder de voorkeur geeft aan een gesloten grasbekleding in het beginjaar en pas daarna soortenrijkdom ontwikkelt.