Er is een keuze uit veel zadenmengsels. Volgens het WBI2017 is voor dijken een goede wintervaste grasmat gewenst. Goede zodevormers moeten daarom een belangrijke plaats in het mengsel innemen. Omdat de vochtvoorziening op dijken niet optimaal is, zijn droogtetolerante soorten als roodzwenkgras en veldbeemdgras vaak in dijkenmengsels opgenomen [Grasgids 2019].

We gaan onderstaand in op:

  • Standaard dijkenmengsels en alternatieven
  • Inzaai met eenjarige grassoorten
  • Inzaaimengsels en beheervorm
  • Zadenmengsel voor soortenrijke, bloemrijke dijken (bloemdijken)
  • Leverantie inzaaimengsels
  • Spontane ontwikkeling
  • Discussie Margrietenmengsel

Op een andere pagina bespreken we karakteristieken van enkele veel gebruikte grassoorten.


Standaard dijkenmengsels en alternatieven

De Delta (D) zaadmengsels zijn standaard graszaadmengsels voor de inzaai of doorzaai op dijken.

  • D1 is een zaadmengsel dat gebruikt wordt voor beweiding.
  • D2 is een zaadmengsel dat gebruikt wordt voor hooiland beheer. Dit mengsel komt wat trager op, heeft een goede standvastigheid en middelhoge begroeiing [Fliervoet, 1992]. De theorie dat het D2 mengsel leidt tot een diepere doorworteling, wordt ondersteund door een analyse van de potentiële doorworteling. Een groter aandeel van Rood zwenkgras kan leiden tot een doorworteling die ca. 5 cm verder de bodem ingaat.

Doorgaans bevatten de mengsels een hoog aandeel Engels raaigras (Lolium perenne) voor een snelle ontwikkeling van de grasmat en Rood zwenkgras (Festuca rubra) dat dieper wortelt in de toplaag. Bij een geringe voedselrijkdom zal het Engels raaigras verdrongen worden door het Rood zwenkgras [Grasgids 2019]. Ook is Veldbeemdgras (Poa pratensis) goed vertegenwoordigd in de mengsels. Daarnaast zijn er andere soorten opgenomen in  het zaadmengsel (zie onderstaande tabel). De samenstelling van de mengsels kan verschillen per leverancier, maar ook de rassen die per soort gebruikt worden. Voor Engels raaigras bestaan al tientallen soorten, toegespitst op specifieke landbouwkenmerken.

Alternatieven zijn het mengsel BTK 1100 (snelle vestiging), BG5 (klaver t.b.v. stikstof), BG11 (moeilijkere omstandigheden op veengrond en zware kleigrond) en diverse grassen-kruidenmengsels die worden aangeboden door verschillende leveranciers. BG5 en BG11 hebben voor dijken een lagere standvastigheid (droogteresistentie) [Hazebroek&Sprangers, 2002].

Bij laat inzaaien na half september kan de opkomst onzeker worden. Daarom kunnen soorten worden toegevoegd die lang doorgroeien, zoals Westerwolds raaigras, Italiaans raaigras (30 kg/ha) of eventueel winterrogge (50 kg/ha) [Fliervoet, 1992].

Op de pagina Karakteristieken van veel gebruikte grassen is beknopte informatie over onderstaande soorten te vinden.

Onderstaande mengseltypen zijn ontleend aan de Rassenlijst 2019 Veehouderij en de Grasgids 2019. BTK1100 is daar aan toegevoegd.

D1 (weide)

veel voorkomende samenstelling

D2_(hooi)

veel voorkomende samenstelling

BG11

(info Barenbrug)

BG5

(info Barenbrug)

BTK 1100

(info Barenbrug)

40% Engels raaigras (voedertype)

25% Veldbeemdgras

15% Roodzwenk – fijn

10% Roodzwenk – fors

10% Witte klaver

10% Engels raaigras

30% Veldbeemdgras

30% Roodzwenk – fijn

30% Roodzwenk – fors

36% Engels raaigras diploïd – laat

33% Engels raaigras diploïd – middentijds

3% Veldbeemd

14% Timothee hooitype*

14% Beemdlangbloem*

Engels raaigras laat doorschietend – diploïd

Engels raaigras middentijds doorschietend – diploïd

Veldbeemdgras

Witte weideklaver

Witte cultuurklaver Timothee weidetype*

Timothee hooitype*

Beemdlangbloem*

15% Westerwolds raaigras

20% Veldbeemdgras

10% Roodzwenk – gewoon

50% Roodzwenk – fors

5% Gewoon struisgras*

*soorten die niet tot standaard D1 of D2 horen.

Inzaai met eenjarige grassoorten

Na aanleg van een nieuwe dijk en na dijkverbetering dient de dijk groen de winter in te gaan. Dit kan worden bereikt door in te zaaien met een eenjarige grassoort. Voorbeelden hiervan zijn Westerwolds raaigras en Italiaans raaigras. Beide soorten kiemen relatief snel en zorgen daarna snel voor een tamelijk dichte grasmat. De grasmat heeft weliswaar een voldoende bedekking op maaiveldniveau maar nog geen dichte, diepgaande doorworteling. De eenjarige grassoorten zijn ook in het tweede jaar na inzaai nog in zeker mate aanwezig in de vegetatie maar nemen daarna geleidelijk af. Wanneer direct bij inzaai met de eenjarige grassoort een duurzamer mengsel is meegezaaid nemen de soorten uit dit mengsel geleidelijk de plaats van de eenjarige grassoort in.

Inzaaimengsels en beheervorm

Het inzaaimengsel voor dijken moet worden afgestemd op het toekomstige gebruik en beheer. De soortensamenstelling in weidepercelen (standbeweiding of extensief) verschilt van die in hooilanden of weidepercelen met wisselbeweiding.

De karakteristieke en trouwe soorten van de hooilanden en de weilanden met wisselbeweiding kunnen worden gebruikt bij de samenstelling van nieuwe inzaaimengsels. Het gaat hierbij zowel om de grassen als om de kruiden. De verhouding van de hoeveelheid grassen en kruiden in het inzaaimengsel bepalen grotendeels de verhouding van het aandeel van de uiteindelijke grassen en kruiden in de nieuwe dijkvegetatie omdat de spontane vestiging van soorten traag verloopt.

D-wei bijmengsel (HHNK)

D-wei bijmengsel (HHNK)

Zaad mengen (HHNK)

Zaad mengen (HHNK)

Zadenmengsel voor soortenrijke, bloemrijke dijken (bloemdijken)

De basis van de meeste soortenrijke, bloemrijke dijkvegetaties bestaat uit een 20-tal grassoorten waarvan Glanshaver, Goudhaver, Reukgras en Kamgras de belangrijkste zijn. In soortenrijke hooilanden domineren vaak Glanshaver, Goudhaver en Reukgras, in soortenrijke weilanden vaak Kamgras en Goudhaver. In beide type grasland komen Ruw beemdgras, Veldbeemdgras, Rood zwenkgras, Engels raaigras, Gestreepte witbol en Zachte dravik meestal ook in meer of mindere mate voor.

Naast de grassen komen in soortenrijke dijkgraslanden vele tientallen soorten kruiden voor. Deze kruiden kunnen worden ingedeeld in algemene kruiden die bij een juist beheer op vele bodemsoorten kunnen voorkomen en minder algemene soorten die hogere eisen stellen aan de standplaats en vaak vooral of alleen voorkomen op lichtere grondsoorten.

Let er wel op dat zaadmengsels verschillende soorten bevatten met ander kiemgedrag: de ene soort kiemt optimaal bij zonlicht en moet dus op de grond liggen, de andere soort kiemt optimaal op een diepte van 1-3 cm in de grond. De wijze van inzaai bepaalt dus ook het succes op kieming.

In snelle opkomende graszaadmengsels (inzaai najaar) komen vaak concurrentiekrachtige soorten voor, zoals varianten van Engels raaigras. Soorten die zich van nature verspreiden krijgen hierdoor een kleinere kans. Door te variëren met de hoeveelheid zaad kan toch ruimte ontstaan voor deze soorten. Fliervoet [1992] adviseerde in het voorjaar en nazomer niet meer dan 30 kg/ha.

Bij Pannerden is een rivierdijktalud ingezaaid met diverse graszaadmengsels in verschillende dichtheden, waarbij een beheer wordt toegepast van maaien met afvoer en schapenbeweiding. Gebleken is dat de samenstelling van het ingezaaide graszaadmengsel bepalend is voor de vegetatie die zich ontwikkelt. Ook na zeven tot acht jaar blijken in alle vakken soorten van de opgebrachte mengsels te domineren. De dominante rol van de oorspronkelijk ingezaaide soorten in de uiteindelijke samenstelling van een zich nieuw ontwikkelende grasbekleding bleek ook uit een experiment in het proefvak Zaltbommel. Na dijkverzwaring werd het effect bestudeerd van verschillen in aanleg en beheer. Voor herstel van soortenrijk grasland bleken de volgende aspecten belangrijk:

  • Het terugzetten van zodegrond, afkomstig van plekken met soortenrijk grasland. Hierin bevindt zich veel zaad van stroomdalsoorten, zodat deze zich sneller opnieuw kunnen vestigen.
  • Snelle ontwikkeling van grasland wordt ook op gang gebracht door inzaai met een zadenmengsel dat gewonnen is op plekken met soortenrijk grasland. Hierbij is het belangrijk dat het zaad wordt gewonnen op het moment dat de meeste soorten rijp zaad hebben.
  • Inzaai met een weidegraszaadmengsel (bijvoorbeeld BG5) in hoge dichtheid (70 kg/ha) vertraagt de ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie en wordt daarom afgeraden, als natuurwaarde belangrijk is.
  • Inzaai met Italiaans raaigras (Lolium multiflorum, 20-25 kg/ha) levert, omdat het eenjarige soort is, ook een geringe doorworteling op. Als alleen commercieel graszaad beschikbaar is, verdient dit echter toch de voorkeur boven een BG5-mengsel. Italiaans raaigras legt de bovengrond vast maar blijft niet dominant. Daardoor kunnen zich geleidelijk stroomdalsoorten vestigen in de aanvankelijk door Italiaans raaigras gedomineerde grasbekleding.

[RWS, 2012, p. 26]

Spontane ontwikkeling en verspreiding

Bij een spontane ontwikkeling van de vegetatie raakt een dijk in normale omstandigheden in ongeveer dezelfde tijd begroeid als bij inzaaien met een grasmengsel. Maar het resultaat verschilt sterk. Pioniersoorten zoals Herik, Klproos en Reukloze kamille zullen in eerste instantie domineren. Na de eerste maaibeurten verandert de vegetatie sterk, de pioniersoorten verdwijnen en na verloop van tijd zal er overgang naar gras-kruidenvegetatie plaatsvinden. Voorwaarde hiervoor is wel dat in de gebruikte grond zaden aanwezig moeten zijn die zo een kans krijgen zich te vestigen. Dat kan door hergebruik van de toplaag. [Fliervoet, 1992]

Sýkora en Liebrand [1987, p. 118-119] beschrijven de volgende aspecten van spontane vestiging van soorten:

  • Spontane vestiging is slechts mogelijk als er in de onmiddelijke omgeving een zaadbron bevindt.
  • Het verspreidingspatroon van de zaden hangt af van de hoogte en concentratie van de zaadbron, het verspreidingsvermogen van het zaad (gewicht, vleugels, pluimen, stekels e.d.) en de effectiviteit van de verspreidingsmiddelen (lucht, water, dieren e.d.).
  • Het temporele aspect: hierbij gaat het om variaties in wanneer het zaad rijp is, de tijdsduur hoelang de plant het zaad vasthoudt, de verschillen in tijd dat het zaad kiemkrachtig is en/of goed blijft in de bodem.
  • De potentie van de nieuwe locatie voor zaden om daar tot ontwikkeling te komen.

Hierdoor kan het komen dat zaden uit het inzaaimengsel niet tot ontwikkeling komen en andere, spontane wel.

Leverantie inzaaimengsels

In Nederland leveren slechts enkele bedrijven en instanties betrouwbare zaden en zadenmengsels die zowel van inheemse herkomst zijn als floravervalsing uitsluiten.

Leveranciers, waar onder de firma Biodivers uit Oudewater, werken aan de samenstelling van een zadenmengsel voor bloemdijken. Biodivers verzamelt zadenmengsels van complete, soortenrijke graslanden in de uiterwaarden van de grote rivieren (Maas, Rijn, IJssel). Dit bedrijf koopt graslanden ‘op stam’ waaruit vervolgens machinaal de zaden van de aanwezige grassen en kruiden worden gewonnen. Maar omdat verschillende soorten verschillende bloeitijden hebben is het moeilijk om alle soorten tegelijkertijd te verzamelen bij eenmaal oogsten en de juiste mengverhouding te bepalen. Daarom moeten de vroeger of later bloeiende soorten achteraf worden toegevoegd aan het mengsel. De firma Cruydt-Hoeck uit Nijeberkoop en de firma De Bolderik uit Wervershoof kunnen hiervoor zaden leveren.

Cruydt-Hoeck levert universele basismengsels die een goed uitgangspunt zijn voor de aanleg van een bloemrijke vegetatie. De universele basismengsels zijn in een breed milieu toepasbaar. Zeldzame of kritische soorten worden bewust achterwege gelaten om plantengeografische patronen zo min mogelijk te verstoren. Op deze manier heeft het bloemrijk grasland een grote kans om mooi tot ontwikkeling te komen met planten die redelijk gemakkelijk willen groeien.

De Bolderik heeft een grote kwekerij met een grote variatie aan wilde planten en een aantal proefvelden met eigen wilde bloemenmengsels. Naast zadenmengsels verkoopt De Bolderik ook meer dan 300 soorten los.


Discussie Margrietenmengsel

Waterschap Rivierenland heeft bij een dijkverbetering het Margrietenmengsel toegepast als bijmengsel bij D2.

Margrietenmengsel

  • Chichorei
  • Duizendblad
  • Gewoon Reukgras
  • Glanshaver
  • Hopklaver
  • Kamgras
  • Korenbloem
  • Margriet
  • Paarse morgenster
  • Pastinaak
  • Rode Klaver
  • Smalle Weegbree
  • Wilde peen
  • Zachte Dravik
  • Zuring
  • Aangevuld met Klaproos voor een bloemrijk resultaat in het eerste jaar.

Dit Margrietenmengsel is een prijsbewust mengsel met eenjarige soorten die direct in het eerste jaar al een leuk beeld met bloemen opleveren, soorten die geen specifieke eisen stellen aan de toplaag waardoor de kans op succes groter is. Het bevat geen ecologisch hoogwaardige soorten die tot hogere kosten en lagere succeskansen leiden. (bron: WSRL, Memo Inzaaien dijktaluds en bloemrijke mengsels, Combinatie dijkverbetering HOP, HOP-COR-00123, (niet publiek))

De ervaring bij het dijkversterkingsproject Hagestein-Opheusden was dat in het eerste jaar er een uitbundig bloeiende kruidenvegetatie ontstond met een slechte grasmat. Pas na (klepel) maaien en lokaal doorzaaien kwam de grasbekleding tot ontwikkeling. Na twee jaar ontstond ook op plekken waar niet werd doorgezaaid een open tot gesloten zode. De conclusie was dat de beheerder de voorkeur geeft aan een gesloten grasbekleding in het beginjaar en pas daarna soortenrijkdom ontwikkelt.

Inzaai Margrietenmengsel, dominantie Klaproos (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, dominantie Klaproos (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, lage erosiebestendigheid (EurECO)

Inzaai Margrietenmengsel, lage erosiebestendigheid (EurECO)