Wat we beschrijven binnen de pagina’s Aanleg en ontwikkeling van soortenrijke dijken is voor een aanzienlijk deel een samenvatting van wat op andere pagina’s hierover is geschreven.

Binnen deze website hanteren we bij voorkeur de term ‘soortenrijke dijken’ en niet de benaming ‘bloemdijken’. Ten eerste omdat grassoorten een belangrijk bestanddeel uitmaken van de soortenrijkdom. Ten tweede omdat niet de bloemen, maar de erosiebestendigheid het hoofddoel is. Meer hierover bij soortenrijke dijken – bloemdijken.

Bij de aanleg van soortenrijke dijken wordt speciale aandacht besteed aan de samenstelling van de toplaag, het inzaaimengsel en het ontwikkelingsbeheer in de eerste 4 jaar na aanleg. Bij het bepalen van de visie moet de waterkeringbeheerder een keuze maken voor het streefbeeld met de de samenstelling en structuur van de vegetatie en de waterstaatkundige functie van de vegetatie.

De standplaats bepaalt grotendeels welke vegetatie er kan worden ontwikkeld. De bodemsamenstelling moet worden bepaald door middel van een gericht bodemonderzoek aan de hand van een protocol. Het inzaaimengsel moet worden afgesteld op de bodemsamenstelling. Daarnaast is de methode van inzaai van belang. Een uitgekiend ontwikkelingsbeheer zorgt voor een optimale ontwikkeling van de vegetatie in de eerste vier jaar na aanleg. Een uitgekiend instandhoudingsbeheer moet vervolgens de soortensamenstelling en structuur van de vegetatie in stand houden. Het ontwikkelings– en instandhoudingsbeheer beschrijft de beheerder in een beheerplan. Dit beheerplan moet flexibel zijn omdat de vegetatieontwikkeling niet altijd op dezelfde wijze verloopt.  Op de ontwikkeling van bloemdijken gerichte aanlegmaatregelen kunnen effect hebben op de waterstaatkundige functie (kwaliteit grasbekleding, bedekking, doorworteling) van de dijkvegetatie. Extra inspectie, monitoring of beoordeling kan nodig zijn.


De aanleg van bloemdijken werken we verder uit op de volgende pagina’s:

Het beheer van soortenrijke dijken komt in een ander menu aan bod.