Zeldzame plantensoorten worden vooral aangetroffen op rivierdijken maar kunnen ook voorkomen op dijken van andere watersystemen.

De zeldzame planten op dijken kunnen worden ingedeeld in:

  • Wettelijk beschermde soorten (situatie voor en na 1 januari 2017)
  • Bedreigde Rode Lijst soorten

Het beheer van de beschermde plantensoorten op dijken verschilt per soort. Voor de wettelijke benadering, zie Beschermde, bedreigde en overige zeldzame soorten.

We gaan in op:

  • Rapunzelklokje
  • Veldsalie
  • Wilde Marjolein

Rapunzelklokje

Rapunzelklokje bloeit relatief laat in het seizoen (medio juni-eind juli) en wordt dan ook meestal aangetroffen op dijken die slechts eenmaal per jaar worden gemaaid (augustus/september). Wanneer Rapunzelklokje relatief vroeg in de bloeiperiode wordt afgemaaid groeien er vaak toch weer nieuwe bloeistengsels op; vaak meer in aantal maar wel aanzienlijk korter en met minder zaden.
Wanneer Rapunzelklokje in een weiland groeit kan een vroege beweiding gunstig uitpakken voor de groei van nieuwe rozetten. De grassen worden weggegeten waardoor de rozetten volop in het licht komen te staan. Tussen 15 mei en eind juni of half juli (afhankelijk van zaadzetting) dient dan wel de beweiding achterwege te blijven om bloei en zaadzetting mogelijk te maken.

Voorbeeld beheeradvies Rapunzelklokje.

Veldsalie

Veldsalie vormt grote rozetten van waaruit in het groeiseizoen elk jaar meerdere bloeistengels omhoog groeien. Onder geschikte omstandigheden (lage biomassaproductie, zuidexpositie) is Veldsalie op 21 juni uitgebloeid en heeft zaadzetting plaatsgevonden. Door pas te maaien na 21 juni wordt de kans op het voortbestaan (en uitbreiding) van deze zeldzame soort aanzienlijk vergroot. De weersomstandigheden verschillen per jaar. Hierdoor kan het gebeuren dat de dijkplanten in een jaar later bloeien dan normaal.  Door Veldsalie pas te maaien zodra de zaden in de bloeistengsels donkerbruin tot zwart gekleurd zijn wordt voorkomen dat te vroeg wordt gemaaid.
Wanneer Veldsalie in een weiland groeit kan een vroege beweiding gunstig uitpakken voor de groei van nieuwe rozetten. De grassen worden weggegeten waardoor de rozetten volop in het licht komen te staan. Tussen 15 mei en 21 juni dient dan wel de beweiding achterwege te blijven om bloei en zaadzetting mogelijk te maken.

Voorbeeld beheeradvies Veldsalie

Wilde marjolein

Wilde marjolein kan tegen enige verruiging, doet het vooral goed bij een niet te intensief maaibeheer en bloeit relatief laat in het jaar (juli/augustus). Wilde marjolein groeit vooral op een licht substraat met een relatief lage biomassaproductie. Hierdoor is het mogelijk slechts eenmaal per jaar te maaien.
Wilde marjolein verdwijnt bij continue beweiding. Bij wisselbeweiding kan Wilde marjolein zich wel handhaven en breidt zich dan vooral uit door het uitgroeien van de pollen waarin de soort groeit.

Er is geen voorbeeld van een beheeradvies beschikbaar