Gebruik van herbicidengebruik kan ook worden gerekend tot onderhoudsmaatregelen op dijken. Het gebruik hiervan valt wettelijk onder het Besluit Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden en de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden. De waterkeringbeheerder kan natuurlijk altijd zelfstandig besluiten geheel geen middelen toe te passen.

Gebruik van Gewasbeschermingsmiddelen en biociden moet zoveel mogelijk achterwege te blijven op waterkeringen. Essentieel hiervoor is het vroegtijdig opsporen van ongewenste soorten zodat die in een vroeg stadium kunnen worden verwijderd (goed huisvader).

Maar soms is een soort zo hardnekkig dat deze zich zelfs bij aangepast beheer in grote getale kan handhaven of uitbreiden. Zie ook de informatie over  exoten bij de belangrijkste probleemsoorten. Als de soort in de Regeling is genoemd kan worden overwogen gericht en lokaal een middel toe te passen dat speciaal is ontwikkeld voor de bestrijding van de betreffende probleemsoort. De volgende veel voorkomende soorten uit de lijsten mogen op waterkeringen met deze middelen worden bestreden:

  • Japanse duizendknoop
  • Reuzenberenklauw
  • Reuzenbalsemien

We gaan onderstaand in op de bepalingen uit het Besluit en de Regeling voor grasbekleding.

In het artikel ‘Gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw: gebruiksverbod en uitzonderingen‘ (H2O vakartikelen, 18-06-2018) staat meer achtergrondinformatie.


Het Besluit en de Regeling bepalen dat middelen alleen mogen worden verhandeld en gebruikt door houders van een bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik.

Besluit, artikel 27b, lid 1: Het is een professionele gebruiker niet toegestaan om gewasbeschermingsmiddelen toe te passen.

Hieronder valt een waterkeringbeheerder, maar….

Regeling, artikel 8.2, lid 2:   Het eerste lid van artikel 27b van het besluit is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor het behandelen van stobben in, op of langs weg- en waterbouwkundige constructies, indien door mechanisch verwijderen de stabiliteit van deze constructie in gevaar komt.

De waterkeringbeheerder kan dus bij stobben gebruik maken van vrijgestelde middelen.

Japanse duizendknoop behandeld (WSRL)

Japanse duizendknoop behandeld (WSRL)

Japanse duizendknoop behandeld, verschil effect op oud en jong blad (WSRL)

Japanse duizendknoop behandeld, verschil effect op oud en jong blad (WSRL)

Regeling, artikel 8.3. (Noodzakelijk voor de bescherming van mens, dier of milieu)

1 Het eerste lid van artikel 27b van het besluit is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor een gerichte bestrijding van:

  1. duizendknoop: Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis), bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica), Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii) en kruisingen;

  2. ambrosia (Ambrosia species);

  3. fluweelboom/azijnboom (Rhus species);

  4. hemelboom (Ailanthus altissima);

  5. Pontische rododendron (Rhododendron x superponticum);

  6. Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina);

  7. eik (Quercus species) met uitzondering van Quercus robur en Quercus petraea;

  8. esdoorn (Acer species) met uitzondering van Acer campestre;

  9. witte abeel (Populus alba);

  10. grauwe abeel (Populus x canescens);

  11. zuurbes (Berberis species), niet zijnde Berberis vulgaris;

  12. robinia (Robinia pseudoacacia);

  13. rimpelroos (Rosa rugosa);

  14. dwergmispel (Cotoneaster species) met uitzondering van Cotoneaster integerrimus;

  15. knolcyperus (Cyperus esculentus), en

  16. trosbosbes (Vaccinium corymbosum en hybriden).

Regeling, artikel 8.3. (Noodzakelijk voor de bescherming van mens, dier of milieu)

Het eerste lid van artikel 27b van het besluit is niet van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen:

a. waarvoor op grond van artikel 38 van de weteen vrijstelling is verleend;
b. voor een gerichte bestrijding van terrestrische soorten die zijn opgenomen op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening 1143/2014(EG) met uitzondering van moeraslantaarn (Lysichiton americanus), en
c. voor een gerichte bestrijding van soorten die zijn aangewezen in bijlagen I of II van de richtlijn 2000/29/EC.

Terrestrische planten van Unielijst (eerste met aanvullende lijst):

  • Fraai lampenpoetsergras (Pennisetum setaceum)
  • Gewone gunnera (Gunnera tinctoria)
  • Japans steltgras (Microstegium vimineum)
  • Kudzu (Pueraria montana var. lobata)
  • Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus)
  • Gestekelde duizendknoop (Persicaria perfoliata)
  • Perzische berenklauw (Heracleum persicum)
  • Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera)
  • Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)
  • Sosnowsky’s berenklauw (Heracleum sosnowskyi)
  • Struikaster (Baccharis halimifolia)
  • Zijdeplant (Asclepias syriaca)

Besluit, artikel 26, lid 1: Geïntegreerde gewasbescherming

Een ieder die met het oog op gebruik in enig jaar gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft, of voornemens is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken of onder zijn verantwoordelijkheid dan wel in zijn opdracht te laten gebruiken, houdt gedurende het teeltseizoen een gewasbeschermingsmonitor bij waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten genoemd in bijlage 3. De monitor wordt binnen twee maanden na een teelt afgerond.

De waterkeringbeheerder is dus verplicht een gewasbeschermingsmonitor te gebruiken.