Het beheer van de dijkvegetatie kan ook bestaan uit beweiding of begrazing. Beweiden is op een grasland vee laten grazen. Begrazen is het vreten van gewas door dieren. In de handreiking kiezen we voor de term beweiding als we spreken over beheer. Als het gaat om ‘het werk’ van dieren zelf kiezen we voor de term begrazing.

In dit menu gebruiken we bepaalde termen waarbij we ons er van bewust zijn dat die per waterkeringbeheerder verschillen. Zo mogelijk zetten we de overeenkomstige termen bij elkaar.

Onder de beheerders leven sterke meningen over de kwaliteit van deze beheervorm. Onderzoek heeft aangetoond dat goede beweiding staat of valt met een goede onderhoudsnemer (schapenhouder). Maar eigenlijk geldt datzelfde voor maaibeheer. Uiteindelijk is de conclusie wel dat maaibeheer vanuit het oogpunt van bedrijfszekerheid de voorkeur heeft. Zie ook beweiden en/of maaien?.

Er zijn voor- en nadelen aan de wijze waarop en de reden waarvoor beweiding plaatsvindt. We gaan onderstaand in op:

  • afweging beweiding

Op een andere pagina gaan we in op Uitvoering beweidingsbeheer.


Afweging beweiding

We gaan onderstaand verder in op:

  • Waterstaatkundige functie
  • Agrarische functie
  • Grasbekleding
  • Extensief en intensief beweiden
  • Extensieve versus intensieve wisselbeweiding
  • Voordelen van begrazing met schapen
  • Nadelen van begrazing met schapen
  • Bemesting door schapen
Lammeren

Lammeren

Waterstaatkundige functie

  • Zie ook beheercategorie A en Beheercategorie B
  • Wanneer graasfunctie belangrijker is dan wol-, melk- en of vleesproductie.
  • Bij voorkeur niet bijgevoerd en bemest.
  • Geschikte beheervorm voor dijken als de juiste methode en de juiste keuze grazer is gemaakt.
  • Schapenbegrazing bij voorkeur met herder of met behulp van flexibele rasters (flexrasters).
  • Drukbegrazing  is een methode om een bodem te verschralen. Hierbij worden kortdurend veel dieren op een relatief klein oppervlak ingeschaard. Ze worden zo gedwongen ook de minder geliefde delen van de vegetatie goed weg te vreten. Op deze wijze fungeren de schapen als een natuurlijke maaimachine. Na drukbegrazing wordt vaak een herstelperiode voor de grasmat ingelast door de beheerder.

Agrarische functie

  • Zie ook Beheercategorie C
  • Wanneer wol-, melk- en of vleesproductie belangrijker is dan graasfunctie.
  • Vaak bemest en soms ook bijgevoerd vanwege deze productiedoeleinden.
  • Vaak gebruik van herbiciden bij de bestrijding van ongewenste plantensoorten.

Grasbekleding

Vooral de intensiteit van de begrazing bepaalt het effect ervan op de vegetatiesamenstelling en -structuur en daarmee op de kwaliteit van de graszode. Een te intensieve begrazing (en betreding) kan de graszode beschadigen, een te extensieve begrazing kan leiden tot verstikking en verruiging van de graszode doordat het gewas niet kort genoeg wordt afgegraasd.

Wanneer in een begrazingseenheid meerdere locaties met een verschillend vegetatietype en/of verschillende fysieke omstandigheden (helling, expositie, beschaduwing, etc.) voorkomen kan dit leiden tot verschillende begrazingsintensiteit op de verschillende locaties.

Wanneer op een dijk meerdere locaties met een verschillend vegetatietype en/of verschillende fysieke omstandigheden (helling, expositie, beschaduwing, etc.) voorkomen moeten deze afzonderlijk ingerasterd en begraasd worden met de optimale intensiteit.

Boven- en ondergrondse groei van gras na begrazing bij gemiddelde-over-onderbegrazing (Van Eekeren, 1993)

Extensief en intensief beweiden

Standweiden, extensief (wissel)beweiden, jaarrond beweiden:
  • Er staat een permanent raster op de waterkering waarbinnen relatief weinig schapen grazen.
  • De graasdruk bestaat uit maximaal 10 schapen per hectare die gedurende 4 weken grazen met daarna 4 weken rust.
  • Er is continue beweiding gedurende ‘zomerseizoen’ (1 april – 1 oktober).
  • Aanwezige plantensoorten krijgen niet of nauwelijks de kans tot bloei en zaadzetting te komen.
  • Soortenrijkdom blijft daardoor relatief laag (gemiddeld 26,2 soorten per 25 m2).
Intensief (wissel)beweiden, rantsoenbeweiding, drukbegrazing:
  • Er kan een permanent raster staan, maar meestal staan er kortdurend flexnetten.
  • Meerdere malen gedurende zomerseizoen kort en intensief begrazen met een grote koppel schapen op een klein oppervlak.
  • Schapen worden ingezet als natuurlijke maaimachine.
  • Veel plantensoorten krijgen door langer rustperiode tussen graasperiodes de kans om te bloeien en zaden te vormen.
  • Hoge soortenrijkdom mogelijk (gemiddeld 42.3 soorten per 25 m2). Uiteindelijk mix van hooiland- en weilandsoorten met een soortenrijkdom vrijwel even hoog als bij louter hooilandbeheer (42.3 versus 46.7 soorten per 25 m2).
Beweiding extensief, vast raster (EurECO)

Beweiding extensief, vast raster (EurECO)

Schapen intensief kortdurend, flexibel raster (EurECO)

Schapen intensief kortdurend, flexibel raster (EurECO)

Extensieve versus intensieve wisselbeweiding

In extensieve beweiding (continue, relatief extensieve beweiding gedurende zomerseizoen) krijgen de aanwezige plantensoorten  niet of nauwelijks de kans tot bloei en zaadzetting te komen. De soortenrijkdom blijft daardoor relatief laag (gemiddeld 26 soorten per 25 m2).

Wanneer schapen worden ingezet als een natuurlijke maaimachine (intensieve wisselbeweiding: kort en intensief begrazen) krijgen veel plantensoorten wel de kans om te bloeien en zaden te vormen (indien rekening wordt gehouden met de bloei en zaadzetting van de gewenste plantensoorten). Hierdoor is een hoge soortenrijkdom mogelijk (gemiddeld 42 soorten per 25 m²).
Bij intensieve wisselbeweiding ontstaat er uiteindelijk een mix van hooiland- en weilandsoorten en is de soortenrijkdom uiteindelijk vrijwel even hoog als bij louter hooilandbeheer (42 versus 46 soorten per 25 m²).

Contact schapenbeheerder (EurECO)

Contact schapenbeheerder (EurECO)

Voordelen van begrazing (met schapen)

  • Er onstaat minder snel een conflict met de Wet Natuurbescherming (zowel soortbescherming als gebiedsbescherming N-2000).
  • In stand houden (of herstel) van bepaalde vegetatietypen.
  • In tegenstelling tot grote grazers hebben schapen geen vast raster nodig.
  • Grazers gaan meer geleidelijk en meer natuurlijk te werk dan maaimachines.
  • Begrazing zorgt voor meer variatie in de vegetatie waardoor het aantrekkelijker wordt of blijft voor met name insecten.
  • Gescheperde (met herder) begrazing met schapen en intensieve wisselbeweiding zorgen voor ontsnippering van vegetatiesoorten door zaadverspreiding via wol of mest (wandelende ecologische hoofdstructuur).
  • In een jong stadium worden ook probleemplanten zoals Brandnetel, Akkerdistel, Berenklauw en Braam gegeten.
  • Jacobskruiskruid wordt door schapen gegeten. Schapen zijn resistenter tegen gif dan paarden en runderen en leven doorgaans korter waardoor de stapeling van het gif geen effect heeft.
  • Schapen ‘kunnen tegen een stootje’; ze zijn bestand tegen natte en soms schrale dijken.
  • Grazers vormen op dijken een attractieve factor voor recreanten.
Beweiding leidt tot verschillen in vegetatiestructuur (EurECO)

Beweiding leidt tot verschillen in vegetatiestructuur (EurECO)

Schaap met klitten (WSRL)

Schaap met klitten (WSRL)

Reuzenbereklauw bestrijden met schapen, voet steel (WSRL)

Reuzenbereklauw bestrijden met schapen, voet steel (WSRL)

Reuzenbereklauw bestrijden met schapen, effect (WSRL)

Reuzenbereklauw bestrijden met schapen, effect (WSRL)

Beweidingsschade rond paaltjes (EurECO)

Beweidingsschade rond paaltjes (EurECO)

Houtige opschot in beweidingsvak (EurECO)

Houtige opschot in beweidingsvak (EurECO)

Nadelen van begrazing (met schapen)

  • Kans op beschadiging van de grasbekleding: schapenpaden, open plekken om dijkpalen, drinkbakken, op favoriete ligplekken, onkruidhaarden, etc.
  • Rasters op het buitentalud zijn gevoelig voor drijfvuil.
  • Kans op verrijking met meststoffen (eutrofiëring), vooral op vlakke delen van de dijken en als er bijvoering plaats vindt.
  • Kans op verspreiding van ongewenste soorten via mest en vacht.
  • Bij te laat inscharen kan de vegetatie worden vertrapt waardoor een strooisellaag ontstaat.
  • Bij te extensieve begrazing blijven houtige bloeistengels en minder smaakvolle plantensoorten staan.
  • Bij te intensieve begrazing achteruitgang van aantal plantensoorten en verdwijnen van insectenfauna.
  • Door het intensieve beweiden kan onder natte omstandigheden het talud er zwart gaan uitzien. Dit trekt meestal snel bij als de beweiding stopt.
  • Moeilijker in te plannen dan maaimachine.
Intensief beweid te lang gras is gaan liggen (WSRL)

Intensief beweid te lang gras is gaan liggen (WSRL)

Intensief beweid te lang gras is gaan liggen (WSRL)

Intensief beweid te lang gras is gaan liggen (WSRL)

Bemesting door schapen

In weilanden vindt plaatselijk bemesting plaats door de schapen, vooral op favoriete rustplekken waar relatief veel mest bij elkaar ligt. Omdat er bij beweiding in principe niet wordt bijgevoerd of bemest, vindt er alleen verplaatsing van voedingsstoffen binnen het gebied plaats. Als zich op de ene plek mest ophoopt, leidt dit op andere plekken tot verschraling. Zo ontstaan er gevarieerde patronen of mozaïeken van voedselarme en voedselrijke plekken. De mest van natuurlijke grazers bevat geen moeilijk afbreekbare medicijnresten die in het grondwater terecht kunnen komen. Boerenvee (en dus ook schapen) daarentegen krijgt doorgaans wel medicijnen toegediend. (bron: vragen en antwoorden over natuurlijke begrazing, Free Nature, juni 2012).

Schapenkeutels (EurECO)

Schapenkeutels (EurECO)