De kwaliteit van grasbedekking van een dijk en de zodelaag kunnen door velerlei omstandigheden worden aangetast waar de beheerder niet direct invloed op heeft. Maar ook onjuist beheer kan de kwaliteit van een graszode sterk ondermijnen.

Herstelbeheer is het beheer dat de beheerder toepast wanneer een van tevoren bepaalde gewenste kwaliteit van de grasbekleding of van tevoren bepaald streefbeeld, door welke reden dan ook, niet meer wordt gehaald. Als dat streefbeeld er wel was, maar door omstandigheden plaatselijk ontbreekt of wanneer de kwaliteit van de grasbekleding over grotere delen geleidelijk achteruit gaat, kan de beheerder herstelbeheer inzetten. Bij herstelbeheer past hij vaak de vorm, het tijdstip en soms ook de frequentie van het beheer aan ten opzichte van het instandhoudingsbeheer. Om het juiste herstelbeheer te kiezen moet eerst de oorzaak hiervan worden onderzocht en onderkend.

Het doel van herstelbeheer is om een van tevoren bepaalde gewenste kwaliteit van de grasbekleding of van tevoren bepaald streefbeeld te herstellen. Hierbij spelen zowel de samenstelling als de structuur van de dijkvegetatie een rol. Het doel is meestal om vanuit een plaatselijk slecht gesloten, slecht doorwortelde dijkvegetatie een goed gesloten, goed doorwortelde grasbekleding te verkrijgen, om hiermee te voldoen aan de zorgplicht en het vastgestelde streefbeeld voor de waterkering.

Onder herstelbeheer verstaan we niet het éénmalig herstellen van schades die in de Digigids staan. Dat is correctief onderhoud.

We gaan onderstaand in op:

  • Nadenken over een herstelplan
  • Slechte kwaliteit grasbekleding door verkeerd beheer
  • Keuzes bij herstelbeheer
  • Verbetering kwaliteit grasbekleding door wijziging beheer
  • Ervaringen waterkeringbeheerders met herstelbeheer
  • Verbanden met andere menu’s

Onder het menu Praktijk zijn ervaringen beschreven van beheerders.

Onder het menu Beheer specifiek gaan we verder in op een aantal veel voorkomende problemen.


Nadenken over een herstelplan

Om het effect van het herstelbeheer te kunnen evalueren moet de beheerder een doel (streefbeeld) opstellen dat hij vertaalt naar een effectief en efficiënt herstelbeheer. De duur van het herstel hangt vervolgens af van het probleem en de gekozen aanpak. Om tot een aanpak te komen voor herstelbeheer is de volgende informatie van belang:

  • Probleemdefinitie: Wat is de situatie (ernst en omvang schade) en het probleem. Dit kan duidelijk worden gemaakt met monitoring en eventueel bodemonderzoek? Of deskundigenadvies.
  • Gewenste situatie: Wat is de situatie die bereikt moet worden (uit de visie: streefbeelden)?
  • Omstandigheden: Wat zijn de omstandigheden die van invloed zijn op het herstelbeheer dat de beheerder wil kiezen (bijv. eigendomssituatie, functies waterkering, geplande versterkingsprojecten)?
  • Maatregelen: Hoe bereikt de beheerder de gewenste situatie bereikt en wat is daar voor nodig?
Herstel talud (WSRL)

Herstel talud (WSRL)

Slechte kwaliteit grasbekleding door slecht beheer

Een slecht gesloten, slecht doorwortelde dijkvegetatie kan ontstaan door verschillende oorzaken:

  • Het maaien wordt niet goed uitgevoerd.
  • De beweiding verloopt niet goed.
  • Er zijn problemen met afdekking of bezonning.
  • De grasbekleding veroudert waardoor beheerpatronen effect krijgen.

We gaan hier nog kort op in.

Maaien

  • Maaien of beweiden op verkeerde tijdstip: plantensoorten krijgen geen kans om te bloeien en zaden te vormen: één- en tweejarige (maar ook overblijvende) plantensoorten verdwijnen uit de vegetatie: monotone, soortenarme vegetatie.
  • Te intensief maaibeheer waarbij maaisel inclusief bodemnutriënten wordt afgevoerd. Dit is een te ver doorgevoerde verschraling, hierdoor ontstaan van open plekken, mosvorming (noordhelling), vestiging van ongewenste (pionier)soorten als Jakobskruiskruid en Koolzaad-achtigen.
  • Te extensief maaibeheer: toename van biomassaproductie en optreden van hoog opgaande (ruigte)soorten: te weinig licht op maaiveldniveau waardoor er een open zode ontstaat.
  • Maaisel wordt niet afgevoerd (onder meer klepelbeheer maar ook bij lang maaien): ophoping van organisch materiaal, zodebederf, verrijking van de bodem, toename van hoogopgaande (ruigte)soorten, open zode, zware grasmat gaat al snel platliggen bij wind en regen en is daarna moeilijk te maaien.
  • Te kort afgemaaide zode: een deel van de erosiebestendigheid van de toplaag wordt verkregen door de bovengrondse plantdelen. Het is verstandig om de graszode het storm- en hoogwaterseizoen in te laten gaan zonder dat dit op het laatste moment heel kort is gemaaid.

Beweiden

  • Te intensieve beweiding waardoor de vegetatie geen gelegenheid krijgt voldoende te ontwikkelen of zelfs helemaal verdwijnt. Hierdoor ontstaat een slecht doorwortelde zode of ontstaan open plekken (paadjes, standplaatsen, open plekken).
  • Niet tijdig omweiden van schapen waardoor de vegetatie te sterk wordt afgegraasd.
  • Beweiding met koeien of paarden: leidt frequent tot schade aan de zode die dan over grotere oppervlakken wordt onderbroken door hoefafdrukken of geheel afwezig raakt bij afrasteringen en voederplaatsen (beslist ongewenst voor grasbekledingen op waterkerende dijken).
  • Te kort afgegraasde zode: een deel van de erosiebestendigheid van de toplaag wordt verkregen door de bovengrondse plantdelen. Het is verstandig om de graszode het storm- en hoogwaterseizoen in te laten gaan zonder dat dit op het laatste moment heel kort is beweid (minder dan 5 cm).
Schade kniklijn talud door onderhoud (Digigids)

Schade kniklijn talud door onderhoud (Digigids)

Pollig talud door slechte beweiding (WSRL)

Pollig talud door slechte beweiding (WSRL)

Afdekking/bezonning

  • Niet tijdig verwijderen van veek (drijfvuil, vloedmerk, aanspoelsel): leidt tot open plekken.
  • Niet tijdig verwijderen van bladafval van bomen op of langs de dijk: leidt tot open plekken.
  • Schaduwwerking van bomen of bebouwing: slecht ontwikkelde zode met vaak relatief laag aandeel aan grassen.

Veroudering

  • Intensief betreden van, of rijden over grasland op een talud: leidt op termijn tot slijtplekken, paadjes en spoorvorming. Op deze plaatsen ontwikkelt zich geen dichte zode, maar vaak zijn er nog wel wortels aanwezig. De paadjes leiden tevens tot onregelmatigheden in de taludhelling, wat consequenties heeft voor waterstroming op het talud.
  • Microreliëf (binnen 1/10de m2) meer dan ongeveer 0,1 m is: op kleine schaal verticale of zeer steile taludjes in de grasbekleding waar gras niet goed groeit en de doorworteling niet dicht is. Een op het oog voldoende glad talud is daarom een voorwaarde voor een voldoende gesloten graszode, naast de effecten ervan op hydraulische condities. Oorzaken van teveel microreliëf:
  1. Schapenpaadjes: langdurig beweidingsbeheer op hetzelfde perceel.
  2. Oppervlakkige schades die daarna niet worden hersteld
  3. Trapvormen in het talud als gevolg van gelaagde aanleg van de dijk gaat aftekenen door klink.
  4. Rijsporen onderhoudsmaterieel.
  5. Maaisporen (verkeerd afgesteld materieel of lompheid).
Open zode onder bomen schrale grond (WSRL)

Open zode onder bomen schrale grond (WSRL)

Talud met reliëf door ouderdom (Digigids)

Talud met reliëf door ouderdom (Digigids)

Keuzes bij herstelbeheer

Herstelbeheer kan bestaan uit maaibeheer, beweiding of begrazing en uit een combinatie van maaibeheer en beweiding of begrazing.

Het herstelbeheer kan bestaan uit maaibeheer, beweiding of begrazing en uit een combinatie van maaibeheer en beweiding of begrazing. Door bepaalde situaties kan de beheerder kiezen voor beheer van probleemsoorten, het beheer van bijzondere soorten of bijvriendelijk beheer.

Bij herstelbeheer wordt meestal maaibeheer toegepast omdat maaiapparatuur flexibel (op juiste tijdstippen) en desgewenst kleinschalig kan worden ingezet (bosmaaiers voor lokaal beheer op locaties met probleemsoorten). Bij herstelbeheer in de vorm van maaibeheer zijn de volgende aspecten van belang: frequentie, tijdstip, methode en maaihoogte. Deze aspecten bepalen tezamen de samenstelling en structuur van de dijkvegetatie/grasbekleding. Soms is echter de inzet van grazers een prima methode om plaagsoorten tegen te gaan.

Soms wordt herstelbeheer toegepast in combinatie met doorzaai met een geschikt inzaaimengsel.

>>>

Als bodembemonstering daartoe aanleiding geeft kan de beheerder een uitgekiende mestgift geven.

In het uiterste geval kan de beheerder kiezen voor inzet van chemische middelen, passend binnen de wetgeving.

Voor het succes van herstelbeheer is het soms nodig de waterkering of de omgeving aan te passen, zoals:

  • Natte plekken draineren.
  • Bomen opsnoeien, uitdunnen of kappen op schaduwrijke plekken die te leiden hebben onder bladval.
  • Afrasteringen verwijderen.

Herstelbeheer is eigenlijk altijd maatwerk. Onder het menu Uitvoering is meer te vinden.

Verbeteren kwaliteit grasbekleding door wijziging beheer

De beheerder kan de kwaliteit van een grasbekleding verbeteren door:

  • Te ver doorgevoerde verschraling als gevolg van een te intensief maaibeheer: verbeteren door een uitgekiende mestgift in combinatie met een minder intensief maaibeheer. Dit minder intensieve maaibeheer kan bestaan uit een minder frequent maaibeheer, uit maaibeheer op andere tijdstippen en uit maaibeheer waarbij hoger wordt gemaaid en dus minder maaisel wordt afgevoerd.
  • Slechte zode als gevolg van een te extensief maaibeheer: verbeteren door een intensiever maaibeheer. Bij sterk verruigde situaties kan driemaal maaien per jaar met afvoer van het maaisel een oplossing bieden.
  • Monotone, soortarme dijkvegetatie: verbeteren door bij het maaien rekening te houden met de bloei en zaadzetting van de gewenste gras- en kruidensoorten. Als deze de kans krijgen zaden te maken zal de soortenrijkdom spoedig toenemen.
  • Slechte, verruigde grasbekleding als gevolg van klepelbeheer waarbij het maaisel blijft liggen: verbeteren door wijziging van klepelbeheer in maaibeheer waarbij maaisel wordt afgevoerd. Tijdelijk 3x per jaar maaien met afvoer van het maaisel kan de kwaliteit van de grasbekleding snel verbeteren.

Ervaring waterkeringbeheerders met herstelbeheer

Tijdens werksessies met het expertteam grasbekleding zijn ervaringen opgehaald van de waterkeringbeheerders betreffende het herstelbeheer. Hieruit kwamen de volgende punten naar voren:

  • Inzaaien/ doorzaaien levert lang niet altijd de gewenste grasmat op;
  • bemesting levert niet altijd het gewenste resultaat;
  • door een extra maaibeurt ontstonden problemen met de verspreiding van de koolzaad- en distelzaden.

Verklaring ervaringen van waterkeringbeheerders

Herstelbeheer blijkt in de praktijk niet altijd het gewenste resultaat op te leveren. De oorzaak hiervan kan liggen in de bodemsamenstelling en de voedselrijkdom van de toplaag. Een bodemonderzoek kan hierover uitsluitsel geven.

Het is zinvol om hier ook landelijk onderzoek naar te doen: wat is effectief en wat niet?

Verbanden met andere menu’s

  • Indien het instandhoudingsbeheer na de aanlegfase van vier jaar niet goed is afgestemd op de bodemsamenstelling en de ingezaaide soorten waardoor de gewenste vegetatiesamenstelling en -structuur (geslotenheid van de graszode en doorworteling) niet voldoet, dient herstelbeheer te worden toegepast waarmee de gewenste vegetatiesamenstelling en -structuur wordt bereikt.
  • Het doel van het herstelbeheer is het herstel van een goed gesloten, goed doorwortelde, erosiebestendige grasbekleding. Inspectie, monitoring en beoordeling moeten aantonen of dit doel duurzaam wordt behaald.
  • In het contract moet het gewenste herstelbeheer worden benoemd en beschreven. Het contract moet ingaan op het streefbeeld met betrekking tot de dijkvegetatie