Vanaf ongeveer het vierde jaar en wanneer de gewenste vegetatiesamenstelling en -structuur is bereikt, wordt cyclisch beheer en onderhoud uitgevoerd om de grasbekleding op sterkte en het gewenste streefbeeld te houden. Dit wordt instandhoudingsbeheer, vervolgbeheer of regulier beheer genoemd.

Instandhoudingsbeheer is de vorm van beheer die het meest en langdurig wordt toegepast op dijken. Ontwikkelingsbeheer en herstelbeheer worden slechts tijdelijk toegepast. Na de aanlegfase van vier jaar zijn er verschillende ontwikkelingsscenario’s mogelijk. Het instandhoudingsbeheer dient optimaal aan te sluiten bij de gekozen beleidslijn en streefbeeld.


Instandhoudingsbeheer moet rekening houden met de ontwikkeling en het behoud van wettelijk beschermde, Rode Lijstsoorten en overige zeldzame soorten. Indien deze soorten een negatief effect ondervinden van het instandhoudingsbeheer moet dit beheer worden aangepast. (Zie ook Beheer van beschermde en bedreigde soorten).

Instandhoudingsbeheer kan gericht zijn op de ontwikkeling en het behoud van bloemdijken (Beheer van bloemdijken) en op de ontwikkeling en het behoud van een zo gunstig mogelijk situatie voor insecten (Bijvriendelijk dijkbeheer).

Om het effect van het instandhoudingsbeheer te kunnen evalueren stelt de beheerder een streefbeeld op dat hij vertaalt naar een beheerplan. Het instandhoudingsbeheer moet in het teken staan van de ontwikkeling in de richting van het streefbeeld en het behoud van dit streefbeeld. Dit betekent dat er een keuze gemaakt moet worden welke beheervorm daar het beste bij past.

Het beheer van dijken kan bestaan uit maaibeheer, beweiding of begrazing en uit een combinatie van maaibeheer en beweiding of begrazing. Door bepaalde situaties kan de beheerder kiezen voor herstelbeheer, beheer van probleemsoorten, het beheer van bijzondere soorten of bijvriendelijk beheer.

De waterkeringbeheerder kan hierbij kiezen uit veel vormen die via bovenstaande links zijn te vinden