Bij maaibeheer maait de beheerder het gewas op een gekozen tijdstip in zijn geheel of gedeeltelijk en verwijdert het maaisel wel of niet. Bij maaibeheer zijn de volgende aspecten van belang: frequentie, tijdstip, methode, patroon (volvelds of delen laten staan) en maaihoogte. Deze aspecten bepalen tezamen de samenstelling en structuur van de dijkvegetatie/grasbekleding.

We gaan onderstaand in op:

  • Afweging maaibeheer
  • Gewaslengte
  • Maaisel

Op een andere pagina behandelen we Uitvoering maaibeheer.

Zie ook Belangenafweging voor maaibeheer op primaire waterkeringen, Wilbrink, 2016. Een afstudeeropdracht Bachelor opleiding Civiele Techniek Universiteit Twente in opdracht van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.


Afweging maaibeheer

Voordelen van maaibeheer

  • Maaibeheer is een beheervorm die de beheerder vrij nauwkeurig in de hand heeft.
  • Het is gemakkelijker in te plannen dan grazers. Maaitijdstip goed af te stemmen op bloei en zaadzetting van gewenste plantensoorten.
  • Bij maaien onder goede omstandigheden is er minder kans op beschadiging van de grasbekleding dan bij jarenlange begrazing.
  • Maaibeheer kan leiden tot het herstel en behoud van bepaalde, gewenste vegetatietypen.
  • Maaibeheer zorgt voor zaadverspreiding via de maaimachines die in de lengterichting van de dijk en van perceel naar perceel rijden.
  • Alle plantensoorten worden afgemaaid en afgevoerd, dus ook probleemplanten zoals brandnetel, akkerdistel en braam.
  • Maaibeheer kan leiden tot afname van Jacobskruiskruid wanneer op het juiste tijdstip wordt gemaaid (zie Probleemsoorten).
Maaibeheer om wegmeubilair minder intensief gemaaid: vestiging van maaigevoelige soort Bont kroonkruid (EurECO)

Maaibeheer om wegmeubilair minder intensief gemaaid: vestiging van maaigevoelige soort Bont kroonkruid (EurECO)

Nadelen van maaibeheer

  • Maaimachines gaan minder natuurlijk en geleidelijk te werk dan grazers.
  • Maaibeheer leidt hierdoor tot minder variatie in de vegetatie dan begrazing waardoor de grasbekleding minder aantrekkelijk wordt of blijft voor met name insecten.
  • Maaimachine kan ook ongewenste zaden meenemen van elders.
  • Bij maaien onder ongunstige omstandigheden kan er forse schade ontstaan aan de waterkering door rij- en glijsporen.
Groene dijk Noord-Holland

Groene dijk, bemest, met weinig variatie in soorten en structuur.

Noordtalud flauwer met licht reliëf rijsporen (WSRL)

Noordtalud flauwer met licht reliëf rijsporen (WSRL)

Rijsporen (WVV)

Rijsporen (WVV)

Gewaslengte

Naast de invalshoek van beheercategorie en vegetatietype kan de beheerder in zijn beheervorm spreken van gewaslengte.

Lang gras

Lang gras komt algemeen voor op waterkeringen omdat het goed aansluit bij de waterstaatkundige eisen en een bijdrage levert aan ecologische doelstellingen.

Bij lang gras wordt de lengte van het gewas niet beperkt vanwege een functie, het gras mag maximaal uitgroeien en bereikt min of meer zijn natuurlijke lengte. De soorten kunnen tot volle bloei en zaadzetting komen, fauna kan hier van profiteren. De frequentie van het maaien is 1 of 2x peer jaar.

Bloemrijke dijk

Bloemrijke dijk, lang gras.

Ruw gras

Ruw gras kan minder optimaal zijn voor de waterstaatkundige eis, als dit gebeurt in combinatie met klepelen.

Bij ruw gras wordt de lengte van het gewas beperkt tot max. 20-25 cm. De frequentie van maaien is 3-6x per jaar, afhankelijk van de groeiomstandigheden.

De beheerder kiest voor ruw gras in verband met overige functies zoals stedelijk gebied, verkeer of recreatie. Dit komt meestal voort uit de inbreng van belangen van derden.

Gazon

Een gazon is nog minder optimaal voor de waterstaatkundige eis.

Gazonbeheer bestaat uit maaibeheer waarbij 6 tot 14 maal per jaar wordt gemaaid en waarbij het maaisel niet wordt afgevoerd. Ondanks dat een gazon een gesloten zode vormt en niet direct slecht uit de golfoverslagproeven kwam, is deze zode minder gunstig voor waterstaatkundige doelstellingen.

Gazonbeheer wordt meestal toegepast op grasvelden van meestal kleine omvang en vaak gelegen bij woningen aan dijken. Het gazonbeheer wordt soms uitgevoerd door aanwonenden. Gazons bestaan meestal uit slechts enkele grassoorten die speciaal voor gazons gekweekt worden, zoals Gewoon struisgrasRoodzwenkgras en Engels raaigras. Deze laatste soort wordt vooral voor speelgazons en ook voor sportvelden gebruikt. Bij minder intensief beheer kan zich in een gazon na verloop van tijd een gevarieerdere begroeiing ontwikkelen, met bijvoorbeeld Madeliefje, Paardenbloem en Draadereprijs. In weinig betreden stukken kan Haakmos massaal optreden. In een gazon met een gevarieerdere begroeiing kunnen diverse soorten voorkomen die in cultuurgraslanden algemeen zijn zoals VeldzuringPinksterbloemGewone brunel, Herfstleeuwentand of Gewoon biggenkruid.

Overgang gazonbeheer naar 2x maaien en afvoeren (WSRL)

Overgang gazonbeheer naar 2x maaien en afvoeren (WSRL)

Maaisel

Voor de goede ontwikkeling van de grasbekleding is het van belang het maaisel te verzamelen en af te voeren. De beheerder kan kiezen voor twee sporen:

  • Maaisel direct verzamelen en afvoeren om ongewenste soorten te bestrijden en te voorkomen dat zaden zich verspreiden.
  • Maaisel minimaal 3 en ten hoogste 10 werkdagen laten liggen, zodat rijpe zaden achterblijven voordat het maaisel wordt verzameld en afgevoerd. Deze werkgangen dragen nog een keer bij aan het uitschudden van zaden.

We gaan onderstaand in op:

  • Afvoer van het maaisel
  • Risico brandend maaisel
  • Negatief effect van laten liggen van het maaisel
  • Situaties waarin het maaisel eventueel niet wordt afgevoerd
  • Afvoeren van maaisel op jonge zodes

Afvoer van het maaisel

Tegenwoordig wordt op de meeste waterkeringen maaibeheer toegepast. Na een maaibeurt voert de beheerder het maaisel direct af of pas na enige tijd (bij voorkeur in de vorm van hooi).

Doordat de maaiomstandigheden op waterkeringen niet altijd optimaal zijn voor het goed laten drogen van het maaisel kan dit ongeschikt zijn voor gebruik als veevoeder. Het is dan vaak aan de aannemer om er een bestemming voor te zoeken, de waterkeringbeheerder kan in het contract wel bijvoorbeeld bepalen dat dit maaisel naar een composteerbedrijf of groenenergiefabriek moet gaan (“naar een door het bevoegd gezag erkende inrichting. Vervoer- en acceptatiekosten zijn voor rekening van de aannemer”).

Het maaisel kan worden afgevoerd in de vorm van nat gewas of als droog hooi. Zowel het natte gewas als het droge hooi kan worden gebruikt als veevoer. Het natte gewas kan worden gekuild en pas later wordt gebruikt als veevoer. Ook hooi kan worden opgeslagen maar ook direct worden gebruikt als veevoer. Alleen in uitzonderlijke situaties kan worden overwogen het maaisel te laten liggen maar alleen wanneer dat niet tot verstikking van de graszode leidt.

Afvoeren maaisel.

Afvoeren maaisel.

Risico brandend maaisel

Waterkeringbeheerders hebben er helaas ervaring mee dat maaiselrollen gaan branden door jeugd of broei. In de avonduren en weekenden kan dit leiden tot werkdruk bij de (vrijwillige) brandweer. Het is daarom raadzaam in een contract bepalingen op te nemen die dit risico verkleinen:

De onderlinge afstand van het verzamelde maaisel (pakken of rollen) bedraagt tussen tussen19:00 uur en 07:00 uur minimaal 20 meter, waarbij deze niet op de kruin of talud van de dijk mogen worden opgeslagen. Tevens is het niet toegestaan het verzamelde maaisel (pakken of rollen) op het werkterrein achter te laten tussen vrijdag 19:00 uur en zaterdag 07:00 uur en tussen zaterdag 19:00 uur en maandag 07:00 uur.

Hooirollen op taluds kunnen spontaan aan de rol gaan en tot gevaarlijke situaties leiden of op moeilijk bereikbare plekken terecht komen. Neem in het contract bepalingen op dat rollen niet op taluds mooien blijven liggen.

Negatief effect van laten liggen van maaisel

Het laten liggen van maaisel kan leiden tot verstikking van de graszode en zodebederf. Hierdoor ontstaan open plekken in de grasbekleding die gevoelig zijn voor erosie en voor invasie/vestiging van ongewenste plantensoorten (o.a. koolzaadachtige, Jakobskruiskruid). Bij het laten liggen van het maaisel worden er geen voedingsstoffen afgevoerd. Hierdoor kan er in de toplaag een te veel aan voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat beschikbaar komen voor de vegetatie, dat weer kan leiden tot verruiging.

Effect maaisel laten liggen (WSRL)

Effect maaisel laten liggen (WSRL)

Situaties waarin het maaisel eventueel niet wordt afgevoerd

Het verzamelen van het maaisel (wiersen, duinen, etc.) en het afvoeren van het maaisel gebeurt vaak met zwaar materieel. Hierdoor kan het talud beschadigd raken (insporen).

Soms is het talud zo steil dat er niet veilig op kan worden gewerkt met maaimaterieel. Wanneer de beheerder van oordeel is dat dat talud geen erosiebestendigheidseis heeft en er geen geld is voor een maai-zuigcombinantie, kan de beheerder kiezen voor klepelen.

Soms laat de verkeersveiligheid het niet toe om vaker met materieel langs te gaan en moet het gewas voor de zichtlijnen kort zijn. Dit kan aanleiding zijn om het maaisel te laten liggen.

Infopaneel gemaaid (WVV)

Infopaneel gemaaid (klepelen) (WVV)

Afvoeren van maaisel op jonge zodes

Op recent ingezaaide taluds moet een optimaal ontwikkelingsbeheer worden toegepast. Zowel de ontwikkeling van de jonge vegetatie als het bestrijden van ongewenste soorten spelen een rol bij de keuze van het beheer.

De start van de ontwikkeling van de graszode is bepalend voor de kwaliteit van de graszode in de eerste jaren na aanleg. Op jonge, recent ingezaaide taluds wordt het maaisel na een maaibeurt soms niet afgevoerd. Reden hiervan kan zijn dat het slechts weinig maaisel betreft dat geen kwaad kan op het jonge talud of zelfs bemestend kan werken waardoor de ontwikkeling van de graszode wordt bespoedigd. Ook kunnen de weersomstandigheden het afvoeren van het maaisel verhinderen wanneer het gevaar op beschadiging van het talud te groot is. Jonge, recent ingezaaide taluds zijn gevoelig voor zwaar materieel. Dit kan aanleiding zijn om het maaisel te laten liggen. Maar, het achtergebleven maaisel kan de ontwikkeling van de jonge vegetatie remmen.

Omdat de jonge taluds gevoelig zijn voor zwaar materieel wordt vooral bij natte omstandigheden in het najaar besloten het maaisel te laten liggen. Dit kan leiden tot problemen bij de ontwikkeling van de graszode.

Jonge zode klepelen en eggen voor ontwikkeling 4 (WSRL)

Jonge zode klepelen en wied-eggen voor ontwikkeling (WSRL)