Naast de wettelijk beschermde plantensoorten komen er ook nog vele in Nederland zeldzame en bedreigde planten soorten voor op dijken. Bijvoorbeeld in het dijktraject Weurt-Winssen ten westen van Nijmegen zijn tussen 1995 en 2015 volgens de toen geldende wetgeving in totaal 48 beschermde, bedreigde en zeldzame plantensoorten aangetroffen. We gaan onderstaand in op:

  • Beschermde soorten
  • Rode lijstsoorten
  • Hotspots

Op een andere pagina gaan we in op het beheer van beschermde en bedreigde soorten.

Beschermde soorten

Op dijken komen wettelijk beschermde dier- en plantensoorten voor. Sinds 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbeheer (Wnb), waarin een lijst is opgenomen van beschermde soorten.

In het Nederlandse Soortenregister staat per soort een beschrijving met daarbij de beschermingsstatus.

Rode lijst

Veel zeldzame soorten op dijken staan op de Rode Lijst van bedreigde plantensoorten. Een Rode lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De Minister bevordert onderzoek en werkzaamheden nodig voor bescherming en beheer. Rode lijsten hebben geen juridische status. Voor vegetatie zijn er twee lijsten beschikbaar: voor mossen en voor vaatplanten.

Hotspots

Hotspots dijkflora zijn locaties op dijken met een bovengemiddelde soortenrijkdom en/of een boven-gemiddeld hoog aantal en/of aandeel aan zeldzame en/of bedreigde plantensoorten. Het kan gaan om Europees, nationaal of regionaal zeldzame en/of bedreigde soorten.

Waar zijn hotspots?

Ondanks alle recente dikversterkingen zijn er op de dijken in Nederland nog altijd hotspots te vinden op het gebied van dijkflora. Ze worden vaak aangetroffen op dijken die zijn gespaard bij de versterkingen na de hoge waterstanden in 1993 en 1995. Maar ook op dijken waarbij tijdens de versterking extra aandacht is besteed aan behoud of ontwikkeling van soortenrijk dijkgrasland. Denk hierbij aan hergebruik van de oorspronkelijke toplaag en uitgekiende inzaai met autochtoon zadenmateriaal, vaak in combinatie met natuurgericht beheer.

Grootte

De grootte van de hotspots zoals ze nu worden aangetroffen varieert van enkele vierkante meters (puntlocatie) tot vele honderden vierkante meters (dijkvak). De ideale grootte van een hotspot heeft zo’n oppervlakte dat zich populaties kunnen ontwikkelen die zichzelf in stand kunnen houden en daarnaast voldoende bloemen leveren voor de insectensoorten die erop zijn aangewezen of zelfs afhankelijk van zijn. Voor Beemdkroon geldt bijvoorbeeld dat er minimaal 50 bloeiende exemplaren nodig zijn voor behoud van de Knautiabij (Schut&Niemeijer, 2020). Een hotspot dient bij voorkeur een binnen- en buitentalud te bevatten.

Om de functionaliteit van kleine hotspots (puntlocaties) en de ontwikkeling van duurzame populaties van flora en fauna verder te stimuleren is het raadzaam dergelijke locaties te vergroten, bijvoorbeeld tot een minimumgrootte van 100 m dijklengte, als het kan op beide taluds.

Belang

De hotspots op dijken worden steeds zeldzamer. En dat terwijl het belang ervan alleen maar toeneemt Hotspots fungeren als bronlocaties van waaruit autochtone plantensoorten zich spontaan kunnen verspreiden naar de versterkte delen van de dijk. Ook kunnen gericht zaden van soorten worden verzameld en gebruikt voor directe inzaai maar ook voor het vermeerderen ervan zodat er meer autochtoon zaad-materiaal beschikbaar komt. Laat daarbij altijd genoeg zaad op de locatie achter voor een stabiele populatie.

Voor de komende dijkversterkingen is er een grote vraag naar inzaaimengsels en worden er ook steeds hogere eisen gesteld aan die mengsels. Om na een dijkversterking op korte termijn weer een dijk te krijgen die naast de hoofdfunctie waterveiligheid ook voldoet aan de nevenfunctie biodiversiteit dient de versterkte dijk er ook geschikt voor te zijn. Dat wil zeggen geschikt voor de ontwikkeling van een duurzaam te behouden soortenrijke, rijkbloeiende vegetatie. Een eerste vereiste hiervoor is dat de toplaag aan bepaalde eisen voldoet en vooral niet te zwaar en voedselrijk wordt aangelegd. Een tweede vereiste is een uitgekiende inzaai die ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie die bestaat uit soorten die er thuishoren op z’n minst niet remt maar beter nog stimuleert. Hiervoor is het raadzaam om bij de keuze van het inzaaimengsel rekening te houden met het te verwachten en gewenste resultaat. Hotspots met de ‘oude soorten’ spelen een belangrijke rol in de hernieuwde ontwikkeling van grote oppervlaktes aan soortenrijk, rijkbloeiend grasland dat van oudsher bij de regio hoort.

Veiligstellen

Om hotspots veilig te kunnen stellen dienen ze te worden opgespoord en vastgelegd met GPS. Eenmaal opgenomen in digitale kaarten is hiermee eenvoudig te communiceren naar de beheerders toe. Door de beheerder een (geplastificeerde) kaart met de hotspots mee te geven wordt voorkomen dat die abusievelijk op een verkeerd moment worden gemaaid.

Aandachtssoorten

Ten behoeve van het opsporen van de hotspots op dijken dient een landelijke lijst met aandachtsoorten te worden opgesteld. Naast de kolom met alle aandachtsoorten kan in aparte kolommen per regio en/of riviersysteem worden aangeven welke soorten er voorkomen en/of ervoor karakteristiek zijn. Het betreft vooral soorten uit de habitattypen stroomdalgrasland (H6120) en glanshaverhooiland (H6510_A). Een typologie gebaseerd op De vegetatie van Nederland en de veldgidsen Plantengemeenschappen van Nederland en Rompgemeenschappen kan behulpzaam zijn bij het opstellen van de lijst met aandacht-soorten.

Beheer

Hotspots zijn gebaat bij een uitgekiend beheer dat is gericht op het behoud dan wel de bevordering van de betreffende aandachtssoorten in de hotspot.

Monitoring

Het beheer speelt een belangrijke rol bij het instandhouden van de hotspot. Om het effect van het beheer te kunnen evalueren is het raadzaam om de hotspots regelmatig te monitoren. Indien wordt geconstateerd dat de vegetatie achteruit gaat kan tijdig worden ingegrepen door het beheer aan te passen.