Op de dijken in Nederland komende honderden plantensoorten voor. Hiervan komen er veel voor in verschillende biotopen in Nederland: de algemene soorten. Een aantal soorten is karakteristiek voor dijken met een min of meer kleiig substraat, een helling en een zuidexpositie. Een aantal soorten op dijken is zo zeldzaam dat ze wettelijk beschermd zijn of op de Rode Lijst van bedreigde plantensoorten staan. Zie ook Beschermde, bedreigde en overige zeldzame soorten. Een aantal soorten kan een negatief effect hebben op de soortensamenstelling en de structuur van de vegetatie en daarmee op de erosiebestendigheid. Deze soorten worden probleemsoorten genoemd.

De standplaatsfactoren zijn bovenal bepalend voor de soortensamenstelling van dijken. De granulaire samenstelling, de beschikbaarheid van voedingsstoffen, de expositie t.o.v. de zon en ook de geografische locatie van dijk heeft invloed op de bereikbaarheid en de vestigingskans (ook na in- of doorzaai) van soorten.

We behandelen onderstaand:

  • Algemene plantensoorten op dijken
  • Karakteristieke dijksoorten
  • Processen binnen dijkflora (facilitatie, zelfdestructie en versnippering)

Op andere pagina’s lees je meer over relaties tussen soorten en beheervorm / lutumgehalte en over een overzicht van soorten die indicatief zijn voor erosie eigenschappen.


Algemene plantensoorten op dijken

Hieronder volgt een aantal algemene plantensoorten op dijken waarbij een indeling is gemaakt tussen grassen en grasachtige enerzijds en kruiden anderzijds en tussen hooilandplanten en weilandplanten:

  • Knoopkruid – Centaurea jacea
  • Gewone margriet – Leucanthemum vulgare 
  • Gele morgenster – Tragopogon pratensis ssp. pratensis
  • Duizendblad – Achillea millefolium
  • Groot streepzaad – Crepis biennis
  • Klein streepzaad – Crepis capillaris
  • Etc.
Knoopkruid (EurECO)

Knoopkruid (EurECO)

Groot streepzaad (EurECO)

Groot streepzaad (EurECO)


Karakteristieke dijksoorten

Zeedijken

Zeedijken, die doorgaans van lokale klei zijn gemaakt, hebben zo een soortensamenstelling die wordt beïnvloed door een zilt milieu. Soorten als Hertshoornweegbree (Plantago coronopus), Veldgerst (Hordeum secalinum) en Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum) zijn hier sporadisch aan te treffen, Fioringras (Agrostis stolonifera) kan in hoge bedekkingen voorkomen terwijl op binnenlandse dijken de rol van deze soorten veel kleiner is. Daarnaast worden zeedijken doorgaans intensief beheerd met schapenbeweiding wat ook de vegetatiesamenstelling en -structuur sterk beïnvloedt.


Flora weilanden met wisselbeweiding lijkt op hooilanden

In de meeste soortenrijke weilanden bestaat het beheer uit wisselbeweiding. Wisselbeweiding lijkt op maaibeheer waarbij twee maal per jaar wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor lijkt de vegetatiesamenstelling in weilanden met wisselbeweiding op die van gemaaide dijken. Veel plantensoorten komen dus zowel in weilanden met wisselbeweiding als op gemaaide dijken voor.


De plantensoorten op de waterkeringen kunnen grofweg worden ingedeeld in twee groepen:

  • Hooilandsoorten op dijken: voornamelijk maaibeheer (of kortdurend begrazen)
  • Weidesoorten op dijken: voornamelijk beweiding

foto

Karakteristieke soorten van weilanden

In de soortenrijke weilanden op rivierdijken zijn in de 1200 permanente proefvakken in totaal 101 plantensoorten aangetroffen. Hiervan komen 30 soorten in minimaal 60% van de onderzoekslocaties voor. Deze soorten worden karakteristieke soorten genoemd. Het zijn allemaal soorten die algemeen voorkomen in Nederland.
Voorbeelden van algemene karakteristieke soorten in weilanden zijn Knoopkruid, Wilde peen, Groot streepzaad en Duizendblad. Ook in weilanden kunnen deze soorten in groten getale voorkomen en een belangrijke rol spelen voor de voorziening van nectar en stuifmeel voor vele soorten insecten. Maar alleen als ze de kans krijgen te bloeien wat een uitgekiend beheer vraagt met goede beweidings- of maaitijdstippen.
Verder komt in soortenrijke weilanden ook vaak een aantal klaversoorten voor zoals Hopklaver, Rode klaver, Kleine klaver en Witte klaver.
In de soortenrijke weilanden komen 12 karakteristieke grassoorten voor.
Het gemiddeld aantal soorten per proeflocatie met een soortenrijke weilandvegetatie bedraagt 42 (Figuur 013).

Karakteristieke soorten van hooilanden

In soortenrijke hooilanden op rivierdijken zijn in de 1200 permanente proefvakken in totaal 122 plantensoorten aangetroffen. Hiervan komen 36 soorten in minimaal 60% van de onderzoekslocaties voor. Deze soorten worden karakteristieke soorten genoemd. Het zijn allemaal soorten die algemeen voorkomen in Nederland. Zie Hooilandsoorten 20180213 (link).
Voorbeelden van fraai bloeiende algemene soorten zijn Knoopkruid, Duizendblad, Gewone margriet, Wilde peen, Groot streepzaad, Gewone berenklauw en Fluitenkruid. Al deze soorten kunnen in groten getale voorkomen en een belangrijke rol spelen voor de voorziening van nectar en stuifmeel voor vele soorten insecten.
Verder komt in soortenrijke laagproductieve hooilanden vaak een aantal klaversoorten voor zoals Hopklaver, Gewone rolklaver, Rode klaver en Kleine klaver.
In de soortenrijke hooilanden komen 13 karakteristieke grassoorten voor. Het gemiddeld aantal soorten per proeflocatie van 25 m2 met een soortenrijke hooilandvegetatie bedraagt 46,7 (Figuur 013).

Figuur 013 toont dat een hooilandvegetatie (H1, H2, H3) doorgaans een hogere aantal soorten bevat dan een weilandvegetatie (W1, W2, W3). In de weilandvegetatie zit echter wel een grotere variatie in dit getal, waardoor er ook hier hogere soortenaantallen kunnen voorkomen.

Figuur 013. Gemiddeld aantal soorten in hooilanden en in weilanden (data: WSRL).

Figuur 013. Gemiddeld aantal soorten in hooilanden en in weilanden (data: WSRL).


Processen binnen dijkflora

Binnen dijkflora doen zich ontwikkelingen voor waar de beheerder rekening mee kan of moet houden. Hij kan gebruik maken van natuurlijke processen zoals facilitatie en zelfdestructie. Ook moet hij inspelen op zaken zoals versnippering.

Facilitatie en zelfdestructie

Binnen vegetatie kunnen twee processen verlopen binnen een plantensoort en tussen plantensoorten. Een waterkeringbeheerder moet hier rekening mee houden in zijn beheerstrategie.

  • Facilitatie

Facilitatie is het sneller en gemakkelijker doen verlopen van een bepaald proces. Planten kunnen hun omgeving zodanig beïnvloeden dat hierdoor de kieming en vestiging van de eigen soort wordt bevorderd. Dit wordt facilitatie genoemd. Een andere vorm van facilitatie is dat bepaalde plantensoorten de snelle kieming en vestiging van andere soorten bevorderen. Deze vorm van facilitatie kan ervoor zorgen dat de soortenrijkdom snel toeneemt.

  • Zelfdestructie

Bij sommige plantensoorten treedt na verloop van tijd zelfdestructie op. Zodra de populatie een bepaalde grootte en dichtheid heeft bereikt veroorzaakt dit een (sterke) afname van de mate van aanwezigheid van de soort. Een voorbeeld hiervan is Jakobskruiskruid. Onder bepaalde omstandigheden wordt een optimum bereikt waarna de populatie snel in omvang en dichtheid afneemt. De oorzaak hiervan is nog niet exact bekend maar gedacht wordt aan bodemschimmels en bodembacteriën. In de toekomst kan dit gegeven een toepasbare rol krijgen in het voorkomen van probleemsoorten door de geschikte bodemomstandigheden van deze probleemsoorten te verminderen of juist gunstige omstandigheden voor gewilde soorten te stimuleren. Daarover verwachten we in toekomstige Handreiking Grasbekleding 2.0 meer informatie te kunnen verschaffen.


foto

Versnippering

Het opknippen van het landschap met wegen, op- en afritten, afrasteringen en dergelijke kan leiden tot het versnipperen van percelen en groeiplaatsen van vegetatie op waterkeringen. De snippers zijn minder levensvatbaar voor de plantensoorten. Als een soort door omstandigheden verdwijnt is de kans op spontane hervestiging klein. De beheerder kan kiezen voor verschillende methoden om de plant weer terug te krijgen, zie bij inzaaien en doorzaaien.


foto