Het gemiddelde aantal soorten per beheertype

Het aantal soorten hangt onder meer samen met de bodemsamenstelling, voedselrijkdom en beheervorm. Het aantal soorten op een zandig talud kan oplopen tot 65 per 25m2.

De dijkvegetatie bestaat meestal voornamelijk uit grassen maar kan ook een aanzienlijk aandeel aan kruiden bevatten. Het aantal plantensoorten (grassen + kruiden + mossen) in een proefvak van 25 m2 kan variëren van 5 tot 65. Tijdens de monitoring van de dijken van Waterschap Rivierenland zijn in een proefvak van 25 m2 zandig talud met hooilandbeheer 65 plantensoorten aangetroffen: 13 soorten grassen en 52 soorten kruiden. In bemest weiland en in gazons worden soms slechts 5 plantensoorten aangetroffen. In figuur 001 is het gemiddeld aantal soorten per beheertype weergegeven zoals is aangetroffen in de 1200 proefvakken van Waterschap Rivierenland. Hierbij moet opgemerkt worden dat het aantal soorten het resultaat is van een samenspel van biotische, abiotische en beheerfactoren. De onderhoudsvorm 1x maaien komt bijv. alleen voor op schrale zandige taluds.

Figuur 001. Gemiddeld aantal soorten per beheervorm met (95% betrouwbaarheidsgrenzen).

Figuur 001. Gemiddeld aantal soorten per beheervorm met (95% betrouwbaarheidsgrenzen).

Voor een verklaring van (afkortingen in) de figuur, zie Toelichting op de figuren.

Het gemiddelde aantal soorten per categorie lutumgehalte

Het gemiddelde soortenaantal is het hoogst bij een lutumgehalte van 8-17,5 % en het laagst bij een lutumgehalte hoger dan 50%. Op een toplaag met een lutumgehalte lager dan 8% is het soortenaantal weliswaar lager dan bij een lutumgehalte van 8-35% (zie figuur 002) maar is het aandeel aan zeldzamere soorten verreweg het hoogst (zie figuur 003).  Bij het streven naar een zo hoog mogelijk soortenaantal dient rekening te worden gehouden met het lutumgehalte van de toplaag. De ontwikkelmogelijkheden bij een lager lutumgehalte zijn hoger dan bij een hoger lutumgehalte. Op een toplaag met een lager lutumgehalte en een soortenaantal van 25 is de relatieve soortenrijkdom lager dan op een toplaag met een hoger lutumgehalte en een soortenaantal van 25.

Figuur 003 toont dat de het aandeel van zeldzame soorten tot wel vier keer hoger kan zijn in zandige bodems ten opzichte van toplagen van een zwaarder materiaal. De verschillen binnen lutumgehalte 8-50% zijn gering. Bij een lutumgehalte hoger dan 50% worden vrijwel geen zeldzamere soorten aangetroffen.

Zie ook: relatieve soortenrijkdom.

Figuur 002 Gemiddeld aantal soorten per categorie lutumgehalte

Figuur 002. Gemiddeld aantal soorten per categorie lutumgehalte

Voor een verklaring van (afkortingen in) de figuur, zie Toelichting op de figuren.

Figuur 003. Gemiddeld aandeel van de zeldzame soorten per lutumcategorie

Figuur 003. Gemiddeld aandeel van de zeldzame soorten per lutumcategorie

Voor een verklaring van (afkortingen in) de figuur, zie Toelichting op de figuren.