Bronnen die worden genoemd in de handreikingen en overige bronnen van informatie.

(We werken nog aan het compleet maken, correct citeren en opnemen in de bronnenlijst.)

VermeldingBronInformatieType
RWS, 2012Handreiking toetsen grasbekledingen op dijken tbv verlengde derde toetsronde, Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), 2012.Rapport
Infram (2017)Rapport eisen grasbekleding.
In opdracht van Rijkswaterstaat Zee en Delta, Netwerk Management ZD - noord.
Welke technische eisen betreffende onderhoud en inspectie moeten in de onderhoudscontracten met aannemers worden opgenomen om een juiste kwaliteit van de grasbekleding op primaire waterkeringen en (haven)-dammen te krijgen en te houden?Rapport
Van der Zee, F.F. (1992)Botanische samenstelling, oecologie en erosiebestendigheid van rivierdijkvegetaties. Wageningen, Nederland. Landbouw universiteit.Bij het onderzoek is uitgegaan van de volgende vraagstellingen: 1) Welke plantengemeenschappen komen voor op dijken en welk onderscheid bestaat er botanisch tussen de dijken uit het bovenrivierengebied en het benedenrivierengebied? (hoofdstuk 2) 2) Welke relaties bestaan er tussen de aanwezige plantengemeenschappen en de bodem, helling, expositie en beheer? (hoofdstuk 3) 3) Wat is de invloed van het beheer en de botanische samenstelling op erosiebestendigheid van rivierdijken? (hoofdstuk 4) 4) Wat is het effect van 3 jaar een veranderd beheer van maaien en afvoeren op de botanische samenstelling en erosiebestendigheid van dijken die jarenlang geklepeld zijn? (hoofdstuk 5)Boek
Verruijt, A. (2001/2010)Grondmechanica.
Delft, Nederland. TU Delft
Dit boek is de handleiding bij de colleges in de Grondmechanica van de Studierichting Civiele Techniek aan de Technische Universiteit Delft,
zoals ik die gegeven heb van 1980 tot mijn pensionering in 2002. Het bevat een inleiding tot de belangrijkste begrippen en technieken van de
grondmechanica, zoals de berekening van spanningen, vervormingen, en stabiliteit. Ook de meest gebruikte methoden voor de bepaling van
grondeigenschappen passeren de revue. In een drietal appendices worden enige basisprincipes uit de mechanica behandeld.
Boek
TAW (1996)Technisch rapport klei voor dijken, Technische Adviesgroep Waterkeringen, 1996.
Delft, Nederland. Ministerie van Verkeer en waterstaat.
Het advies wil inzicht verschaffen in het gedrag van klei, zoals dat zich in de dijk voordoet.Rapport
Schaffers et al (2014)Schaffers, A.P.; Frissel, J.Y.; Adrichem, M.H.C. van; Huiskes, H.P.J. Seizoensverloop in de doorworteling van dijkgrasland VTV-toetsing buiten het winterseizoen nader bekeken
Wageningen, Nederland. Alterra.
Dit rapport geeft de bevindingen weer van een studie naar het seizoensverloop in de doorworteling van dijkgrasland. Het seizoen blijkt van invloed te zijn op de doorworteling van de zode van dijkgrasland zoals die met de gangbare handmethode in het veld wordt vastgesteld ten behoeve van de wettelijk verplichte toetsing volgens het Voorschrift Toetsen op Veiligheid (VTV).
(Alterra-rapport 2014)
Rapport
EurECO (2015)Eindrapport pilot bestrijding Jakobskuiskruid bij Waterschap Rivierenland 2006-2015.Onderzoeksrapport in opdracht van waterschap Rivierenland naar het effect van een aantal beheermaatregelen op de aanwezigheid van Jakobskruiskruid.Rapport
Wilbrink, W. (2016)Belangenafweging voor maaibeheer op primaire waterkeringen.
Enschede, Nederland. Universiteit Twente.
Afstudeerscriptie bachelor in opdracht van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.Essay
WUR (2017/18)Handboek melkveehouderij 2017/18 digitaal.
Wageningen Livestock Research.
Digitaal naslagwerk voor melkveehouder, agrarisch adviseur en student.Digitale publicatie
Evers, M. (2006)Temperatuursom voor gras. Boeren wijsheid voor de sportveldbeheerder.
Website www.fielmanager.nl. Gevonden op 2018-03-20 op http://edepot.wur.nl.
In de landbouw is de temperatuursom reeds jarenlang een begrip. Het bereiken van de temperatuursom is voor veehouders het signaal voor
de start van een nieuw groeiseizoen van gras. Het bereiken van de temperatuursom is dan ook vaak het startschot voor de eerste
bemestingsgift op gras. Deze boerenwijsheid geldt niet alleen in de landbouw, maar geldt ook voor het sportveldgras. Vroeger in het
seizoen bemesten leidt tot verlies aan voedingsstoffen, later bemesten resulteert in kwaliteitverlies van de grasmat.
Artikel
Sprangers, H. (1996)Extensief graslandbeheer op zeedijken. Wageningen, Nederland. Landbouwuniversiteit WageningenNa het stoppen van bemesting in cooiJinatie met een verminderde begrazingsdruk of hooibeheer in een aantal proefvakken op zeedi jken, zi jn gedurende 4 jaar de effecten bestudeerd op soortensamenstelling, zode- en worteldichtheid van het grasland. Ook zijn het verloop van de worteldichtheid gedurende het seizoen en de ruimtel ijke heterogeniteit onderzocht. Met behulp van kleinschalige erosieproeven is de erosiebestendigheid van het grasland getoetst. Enkele praktische richtlijnen voor het beheer van dijkgrasland worden beschreven.Boek
Sykora, K.V. en Liebrand, C.I.J.M (1987)natuurtechnische en civieltechnische aspecten van rivierdijkvegetaties.
Wageningen, Nederland. Landbouw universiteit.
Boek
Fliervoet, L.M. (1992)Aanleg en beheer van grasland op rivierdijken.
Den Haag, Nederland. Unie van Waterschappen.
Ten behoeve van aanleg en beheer van dijkgraslanden is de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de vegetatiekundige samenstelling en de erosiebestendigheid van dijkgraslanden. De resultaten hiervan zijn juist op dit moment van belang. Bij verschillende waterschappen staat het traditionele dijkbeheer steeds vaker ter discussie naar aanleiding van de in uitvoering zijnde dijkverzwaringswerken en in verband met de groeiende maatschappelijke wens om een meer multifunctioneel gebruik van dijken mogelijk te maken. Beheerstype, onderhoudsvorm, gebruiksmogelijkheden en kosten van dijkbeheer hangen nauw met elkaar samen en bepalen de kwaliteit van dijkgraslanden. Niet alleen als bekleding van de waterkeringen, maar ook ten aanzien van verwante belangen als dragers van natuur- , agrarische en recreatieve waarden. Bij een multifunctioneel gebruik van dijken zal in de toekomst steeds vaker om keuzes worden gevraagd omtrent de verschillende beheersmogelijkheden, die voor dijken in het rivierengebied bestaan. Dit alles uiteraard binnen de waterstaatkundige randvoorwaarden, die hier aan de geslotenheid en de doorworteling van de dijkvegetatie zijn gesteld. Voor dijken met actuele of potentiële natuurwaarden ligt een natuurtechnische beheersvorm voor de hand, terwijl voor de dijken met zwaardere grondsoorten een aangepast agrarisch beheer een geschikte mogelijkheid kan zijn. Om vanuit deze gedachte bij aanleg en beheer van dijkgraslanden goede keuzes te kunnen maken, kunnen de volgende algemene conclusies en aanbevelingen als richtlijnen worden gebruikt. Ze vormen als zodanig een leidraad voor een weloverwogen dijkbeheer.Rapport
Muijs, J.A. (1999)Grasmat als dijkbekleding.
Rijkswaterstaat, DWW. Technische Adviescommissie voor de waterkeringen.
Een groot gedeelte van de Nederlandse dijken is bekleed met een grasmat. Daar, waar men op een deel van de dijk een hard bekledingstype heeft aangebracht, is toch een belangrijk deel van het dijkoppervlak, zoals de kruin en het binnentalud, een grasmat. Het onderzoek en de ervaringen vanaf het midden van de jaren tachtig hebben geleerd, dat grasmatten een zeer hoge kwaliteit kunnen hebben, zowel qua erosiebestendigheid als qua natuur. Die hoge kwaliteit kan men goed bereiken met een daarop gericht graslandbeheer. Een grasmat is een even volwaardig bekledingstype als betonblokken of asfalt. De sterkte kan zelfs groter kan zijn dan die van sommige harde bekledingstypen. Deze brochure geeft de belangrijkste informatie over het gedrag, de aanleg en het onderhoud van grasmatten en verwijst voor details naar gespecialiseerde literatuur.Brochure
Hazebroek, E. en Sprangers, J.T.C.M (2002)Richtlijnen voor graslandbeheer.
Wageningen, Nederland. Alterra.
Gras is een veelvoorkomende dijkbekleding. Het doel van de grasmat is erosiebestendigheid van de dijk te waarborgen. Een soortenrijke, goed gesloten en diep wortelende grasmat garandeert een hoge erosiebestendigheid. De kwaliteit van de graszode, het vegetatietype, het effect van bodem en expositie, aanleg en ontwikkeling van de grasmat en het beheer in de praktijk worden op basis van literatuur en praktijkervaring besproken.Rapport
Verbrugge et al (2016)In: Over grenzen van soorten , inaugurele rede 7 september 2017 door R.S.E.W Leuven.Rede
Liebrand, C.I.J.MRestoration of species-rich grasslands on reconstructred river dikes.
Wageningen, Nederland, Landbouw Universiteit.
Dissertatie
Oostindie e.a., 2012Effecten van beheersmaatregelen op vochtgehaltes bij uitdrogende veendijken.
Wageningen, Nederland. Alterra.
Beheersmaatregelen op veendijken kunnen invloed heb
ben op bodem- en gewasverdamping. In deze
studie zijn met behulp van het SWAP-model een vijft
al maatregelen doorgerekend voor een
veendijkprofiel zonder kleidek en een zelfde profie
l welk met een kleilaag is afgedekt. De
berekeningen zijn uitgevoerd voor 4 worteldiepten e
n bij drie verschillende grondwaterstanden. Er is
gebruik gemaakt van een pseudo meteofile waarbij ge
en neerslag valt en de potentiele verdamping
voor elke dag constant wordt gehouden en van een me
teofile met gegevens over het droge jaar van
1976 van het KNMI station De Bilt .
Rapport
Van den Akker e.a., 2013Gedrag van verdroogde kades.
Wageningen, Nederland. Alterra.
Het beschreven onderzoek in dit rapport is onderdeel van het onderzoeksproject 'gedrag van verdroogde kades' van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het onderzoek van Alterra is een bureau- en modelonderzoek en is gericht op scheuren door krimp, die ontstaan in lange perioden met droogte. Onderzocht zijn veenkaden en kleikaden op veen, met een accent op kleikaden omdat deze in Delfland het meeste voorkomen. Bij kleikaden lijkt het grootste risico preferente stroming via de scheuren te zijn. Bomen kunnen door hun diepe doorworteling en grote verdamping een extra risico vormen. Langsscheuren in de kruin kunnen met water gevuld worden en dit kan resulteren in een bezwijkmechanisme. Dit is door Deltares onderzocht in een parallelrapport.Rapport
Effing, 2014Droogtestudie regionale keringen WSRL..
Tiel, Nederland
Droogtestudie regionale keringen WSRL. Tussentijdse rapportage na 1 jaar meten. Interne studie door Waterschap Rivierenland.Rapport
Van der Zee & Fryssel, 2014De invloed van vegetatie op de verdroging van kleikades.
Wageningen, Nederland. Alterra.
Rapport