Er zijn een aantal basisprincipes (eisen) aan te geven om de basiskwaliteit, een “gesloten” grasmat na te streven, te bereiken en vervolgens te houden.


  • Juist dijkontwerp (o.a. stabiele taluds, goede aansluiting tussen lagen, overgangen tussen bekledingen, overgangen in taludhelling, overgangen naar achterland, gladde/egale taluds).
  • Waar nodig erosiebeschermende maatregelen toepassen (bijvoorbeeld aansluiting betonnen elementen).
  • Goede ondergrond creëren (grondsoort geschikt voor ontwikkeling en bestendigen grasbekleding).
  • Juiste onderhoudsmaterieel toepassen (afgestemd op sterkte grasbekleding en dijktalud, afhankelijk van verzadigingsgraad) o.a. maaimethode en beweiding, speciale aandacht voor maaien bij, onder en rond overgangen en niet waterkerende objecten.
  • Juiste zaaimengsel toepassen (het meest geschikte mengsel is afhankelijk van de lokale omstandigheden en dient te worden nagevraagd bij een ecoloog. Door beheerders wordt vaak gekozen voor mengsel D1 of D2 van de Grasgids. Ook mengsel BG11 wordt toegepast op dijken. Op dit moment starten of lopen diverse onderzoeken naar de erosiebestendigheid van alternatieve grasmengsels.

>>>

  • Een goede maaifrequentie horend bij het streefbeeld.
  • Tijdig en toegespitst onderhoud plegen in de vorm van:
    • schadeherstel,
    • graverij herstellen en voorkomen,
    • moeilijk bereikbare plekken handmatig maaien,
    • niet-waterkerende objecten zo veel mogelijk beperken (is geen onderhoud. Hier rekening mee houden bij ontwerp en/ of vergunningverlening),
    • overgangen nauwkeurig onderhouden,
    • overgangen in taludhellingen geleidelijk maken (is geen onderhoud. Hier rekening mee houden bij ontwerp),
    • Handhaving misbruik van de waterkering.
  • Om dit onderhoud tijdig en toegespitst te kunnen uitvoeren dient er regelmatig geïnspecteerd te worden.

Integraal overgenomen [par. 3.5 in Infram, 2017].