Na aanleg is een goed ontwikkelingsbeheer noodzakelijk voor het erosiebestendig krijgen van de bekleding. We behandelen:

  • Noodzaak ontwikkelingsbeheer
  • Wat is ontwikkelingsbeheer?
  • Verbanden met andere menu’s

Noodzaak ontwikkelingsbeheer

De ontwikkeling van de nieuwe dijkvegetatie wordt bepaald door:

  • de standplaatsomstandigheden;
  • de zaaibedvoorbereiding;
  • de samenstelling, dichtheid en kwaliteit van het inzaaimengsel
  • de weersgesteldheid en de samenstelling;

De beheerder moet ontwikkeling nauwlettend in de gaten houden en het ontwikkelingsbeheer moet hij vervolgens zo goed mogelijk afstemmen op de gewenste vegetatieontwikkeling:

  • Snelle kieming en vestiging van de ingezaaide plantensoorten.
  • Snelle sluiting van de graszode.
  • Ontwikkeling van een goed gesloten, goed doorwortelde, erosiebestendige grasbekleding. Hierbij zijn zowel de soortensamenstelling als de structuur (geslotenheid van de graszode en doorworteling) van de dijkvegetatie van belang.
  • Voorkomen van vestiging van ongewenste soorten. Bij een verkeerd ontwikkelingsbeheer of bij het uitblijven ervan kunnen zich problemen voordoen bij de ontwikkeling van de jonge dijkvegetatie en kunnen zich in rap tempo ongewenste plantensoorten vestigen.

Zo kan het nodig zijn om snel in te grijpen als zich bijvoorbeeld Koolzaad of Raapzaad vestigt op het jonge talud. De beheerder moet voorkomen dat deze soorten zaden kunnen vormen die tot een verdere toename van e ongewenste soort zullen leiden. Er moet dan ook tijdig worden gemaaid wanneer deze soorten worden aangetroffen. Bij een gering aantal exemplaren is het beter om deze met maatwerk / handwerk te verwijderen om zodoende de jonge vegetatie zo weinig mogelijk schade toe te brengen.

Omdat van tevoren moeilijk is in te schatten hoe het ontwikkelingsbeheer er uit gaat zien en wat hiervan de kosten zullen zijn wordt aanbevolen om hiervoor budget te reserveren.

Jonge zode klepelen en eggen voor ontwikkeling 5 (WSRL)

Recent ingezaaid (WSRL)


Inzaai met D2 op IJsseldijk, geen doorworteling (EurECO)

Inzaai met D2 op IJsseldijk, nog geen doorworteling tussen planten (EurECO)

Jonge zode klepelen en eggen voor ontwikkeling 4 (WSRL)

Jonge zode klepelen en wied-eggen voor ontwikkeling 4 (WSRL)

Jong talud ingezaaid met D2: maaisel is niet afgevoerd, soms nodig voor verrijking (EurECO)

Jong talud ingezaaid met D2: maaisel is niet afgevoerd, soms nodig voor verrijking (EurECO)

Wat is ontwikkelingsbeheer?

Ontwikkelingsbeheer is het beheer en onderhoud in grofweg de eerste 4 jaar na aanleg en inzaai van een nieuwe of verbeterde dijk. Deze fase kan ook korter of langer duren. Als de grasmat is gesloten en de gewenste vegetatie zich heeft ontwikkeld, kan worden afgebouwd naar regulier/instandhoudingsbeheer. De kern van ontwikkelbeheer bestaat uit monitoring van de vegetatieontwikkeling en afhankelijk van die ontwikkeling worden maatregelen ingezet om het gewenste doel te bereiken. Hiervoor kan worden geput uit een toolbox van maatregelen zoals maaien, klepelen, doorzaaien, bemesten enz.

Het doel van ontwikkelingsbeheer is om zo snel mogelijk een goed gesloten, goed doorwortelde grasbekleding te verkrijgen. Een optimaal ontwikkelingsbeheer zorgt voor een snelle kieming en vestiging van de ingezaaide plantensoorten, een snelle sluiting van de graszode en voorkomt het optreden van ongewenste soorten. Hierbij zijn zowel de samenstelling van de gras- en plantensoorten als de structuur van de dijkvegetatie van belang. In een tweede stap kan de waterkeringbeheerder werken naar een soortenrijke vegetatie.

Bij een verkeerd ontwikkelingsbeheer of als dit helemaal niet wordt uitgevoerd, kunnen zich problemen voordoen bij de ontwikkeling van de jonge dijkvegetatie en kunnen zich snel ongewenste plantensoorten vestigen.

Om de ontwikkeling te kunnen beoordelen stelt de waterkeringbeheerder vooraf een streefbeeld op dat hij vertaalt naar een beheerplan. Hierin beschrijft hij eerst het ontwikkelingsbeheer en daarna het instandhoudingsbeheer. Het ontwikkelingsbeheer moet in het teken staan van de ontwikkeling in de richting van het streefbeeld of het bereiken van dit streefbeeld. Dit betekent dat er een keuze moet worden gemaakt welke beheervorm daar het beste bij past.
Het ontwikkelingsbeheer van dijken kan bestaan uit maaibeheer (klepelen of maaien met afvoeren), beweiding en begrazing en uit een combinatie van maaibeheer en beweiding of begrazing. Bij ontwikkelingsbeheer past de beheerder meestal maaibeheer toe omdat maaiapparatuur flexibel (op de juiste tijdstippen) en desgewenst lokaal kan worden ingezet.


Verbanden tussen ontwikkelingsbeheer en andere menu’s

Inspectie en beoordeling

  • Inspectie van de grasbekleding moet plaatsvinden vanaf het moment van aanleg en inzaai waardoor ook het ontwikkelingsbeheer kan worden geëvalueerd. Voor de inspectie van de jonge grasbekleding moeten aangepaste criteria worden opgesteld omdat een deel van de paramaters uit de Digigids hier niet voldoen.
  • In de beoogde toekomstige Handreiking 2.0 worden aangepaste criteria gegeven voor controle, inspectie en toetsing in de eerste vier jaar na aanleg en inzaai en voor de evaluatie van het ontwikkelingsbeheer.
  • De dijkvegetatie wordt na 4-6 geacht op sterkte te zijn gekomen waarbij beoordeling zinvol is.

Visie

  • Het is belangrijk dat de beheerder in zijn visie en beheerplan duidelijk maakt dat ontwikkelingsbeheer een flexibele zaak is die maatwerk en tijd vergt, waarbij de beheerder maatregelen kan nemen die normaal gesproken niet de voorkeur hebben (bemesten, klepelen).

Contracten

  • In een versterkingscontract wordt meestal slechts summier (in algemene termen) of helemaal niet ingegaan op het ontwikkelingsbeheer (beheer en onderhoud) in de eerste 4 jaar na aanleg en inzaai van een dijk.
  • In het contract moet het gewenste ontwikkelingsbeheer te worden beschreven, waarbij wordt uitgegaan van verschillende ontwikkelingsscenario’s (snelle/trage opkomst ingezaaide soorten, wel/niet ongewenste soorten, etc.).
  • Het is de wens in de beoogde toekomstige Handreiking 2.0 aan te gegeven op welke wijze het ontwikkelingsbeheer kan worden opgenomen in het bestek en de bestekseisen en hoe het ontwikkelingsbeheer er uit ziet bij verschillende ontwikkelingsscenario’s (snelle/trage opkomst ingezaaide soorten, wel/niet ongewenste soorten, etc.).