De juiste wijze van inzaaien bepaalt in hoge mate de kans op succes. De meer robuuste mengsels, zoals D1 en D2 hebben een groter kans van slagen. Specifiekere mengsels met meer kruiden vragen meer zorg bij inzaaien. Het is raadzaam een specialist daarbij te betrekken.

Inzaai van dijken is het aanbrengen van zaden op een recent aangelegde of verbeterde toplaag. Inzaai kan plaatsvinden met zadenmengsels maar ook door het uitleggen van maaisel waaruit vervolgens de zaden vrijkomen en terecht komen op de ondergrond: hooitransplantatie. Dit laatste is bij inzaai minder gebruikelijk.

Doorzaai is het inbrengen van zaden in een bestaande grasbekleding, bijvoorbeeld in een vegetatie die niet voldoet voor de sterkte of soortenrijkdom. Het doel van doorzaaien is het aanbrengen van soorten die je wilt hebben, of het herstellen van probleemsituaties of beschadigingen. Het succes bij doorzaai verschilt per doel: voor het herstel van de sterkte zal dit doorgaans slagen, maar voor verrijking kan het lastiger zijn. Grassen slaan doorgaans beter aan dan kruiden.

Inzaaien en doorzaaien kunnen zowel oppervlakkig worden uitgevoerd (uitstrooien van los zaad boven op de toplaag) als door het inbrengen van het zaad in de toplaag. Houdt hierbij rekening met de ecologische factoren. Zoals het verschijnsel dat kruiden voorkeur geven aan ‘natuurlijk inzaaien’, dus spontane verspreiding vanuit bestaande planten.

Als beginsituatie onderscheiden we 3 varianten:

  1. Er is een nieuwe situatie met een maagdelijke toplaag.
  2. Er is een toplaag die wordt hergebruikt door aanvoer van elders of door het frezen van de bestaande toplaag. Hier kan sprake zijn van herinzaai.
  3. De bestaande zode blijft intact zonder bodembewerking, wordt hooguit eventueel machinaal opgeruwd.

Elke situatie leidt tot andere ontwikkeling omdat de ecologische factoren verschillen. Deze verschillen en ontwikkelingen worden niet per variant uitgewerkt. De volgende principes die de beheerder kan volgen komen op afzonderlijke pagina’s aan bod.