We gaan onderstaand in op:

  • Maaifrequentie
  • Maaitijdstippen
  • Maaihoogte voor- en najaar
  • Afwijkend maairegiem vroege maaibeurt
  • Maaimethode

Maaifrequentie

De frequentie van maaibeheer hangt af van de omstandigheden en het doel (functie en streefbeeld). In onderstaande tabel staat een globale weergave hiervan die natuurlijk per locatie kan afwijken.

Frequentie (per jaar) Omstandigheden Doel
1x, afvoeren Waterkering met een zandige en/of voedselarme toplaag en een lage biomassaproductie (max. 3 ton/ha/jaar). In stand houding schrale zode zonder deze uit te putten.
2x, afvoeren Gemiddelde biomassa In stand houden zode en afvoeren voedingsstoffen.
3x, afvoeren Te hoge biomassa Versneld afvoeren voedingsstoffen.
2x, klepelen

Of maaizuigen

Berm langs rijweg Wegbeheer
6x, maaien en afvoeren of klepelen 1.       Kruispunten

2.       Stedelijk gebied, recreatieve zone

1.       Verkeersveiligheid

2.       Medegebruik en toegankelijkheid

Meer dan 16x/jaar, maaisel blijft liggen Gazonbeheer Tuin

Maaitijdstippen

Maaitijdstippen in de tabel zijn bij benadering. Maaitijdstippen worden bepaald door de biomassaproductie op verschillende momenten in het seizoen en door een eventuele natuurdoelstelling (denk aan bloemdijken). De temperatuurontwikkeling (temperatuursom) in het voorjaar, vanwege de regionale ligging in ons land en de expositie naar de zon heeft grote invloed op tijdstip van bloei en zaadzetting. Naarmate de biomassaproductie lager en de soortenrijkdom hoger is, kan het tijdstip van de voorjaarsmaaibeurt later in de tijd worden gepland.

Type dijkgrasland Voorjaarsmaaibeurt
Hoge biomassaproductie met probleemsoorten Medio mei / 2e helft mei
Hoge biomassaproductie zonder probleemsoorten Begin juni / 1e helft juni
Matige biomassaproductie, matig soortenrijke dijkvegetatie Omstreeks 15 juni
Matige biomassaproductie, soortenrijke dijkvegetatie Na 15 juni
Lage biomassaproductie, zeer soortenrijke dijkvegetatie Na 21 juni

 Tabel: Tijdstip voorjaarsmaaibeurt per type dijkgrasland

Maaihoogte voor- en najaar

Bij de voorjaarsmaaibeurt (juni) moet de maaihoogte lager zijn dan bij de najaarsmaaibeurt. Na de voorjaarsmaaibeurt heeft de vegetatie voldoende tijd en mogelijkheid om weer tot volle wasdom te komen. Bij een lage maaihoogte kan het zonlicht optimaal het maaiveld bereiken waardoor kieming en vestiging van plantensoorten wordt bevorderd. Na de najaarsmaaibeurt (september) verloopt het herstel van de vegetatie langzamer en is het herstel sneller naarmate de maaihoogte hoger is (waardoor meer fotosynthetisch actief blad gespaard blijft). Een te open vegetatie in het najaar kan aanleiding zijn om de grasbekleding kort af te maaien en eventueel door te zaaien.

Afwijkend maairegiem vroege maaibeurt

Bij sterke grasgroei in het vroege voorjaar aangepast maairegiem:

  • maaien vóór 15 mei met afvoer van het maaisel: piek in grasgroei wordt aangepakt waardoor de gewenste soorten kruiden een (tijdelijke) voorsprong krijgen waardoor de soortenrijkdom en met name de bloemrijkdom (sterk) wordt bevorderd
  • eventueel vroege maaibeurt (vóór 15 mei) vervangen door (druk)begrazing tot 15 mei.

Maaimethode

Er zijn verschillende methoden van maaien, de onderstaande komen het meeste voor op waterkeringen.

  • Maai-zuigcombinaties: kleinschalig toegepast op lastig te beheren percelen waar afvoer van maaisel gewenst is.
  • Gazonbeheer: meestal bij bebouwing. Vaak door aanwonenden
Methode Toepassing Voor- / nadelen
Cyclomaaier (of vergelijkbaar)

 

Snijden van gras, later afvoeren, algemeen toegepast Voordeel: goed methode voor maaien van gras in combinatie met afvoeren. Goed mee te sturen waar je wilt maaien.

Nadeel: alleen in te zetten met grote machines.

Maaibalk Snijden van gras, later afvoeren, algemeen toegepast Voordeel: als bij cyclo. En de maaibalk is in te zetten op grote en kleine machines waarna afvoer van maaisel mogelijk is.

Nadeel: geen

Klepelen Kapot slaan van gras, laten liggen, vaak bermen en verkeersgevaarlijke locaties op dijken, soms lastig te beheren overhoeken Voordeel: goedkopen methoden, geschikt voor gras zonder erosiebestendigheidseis.

Nadeel: maaisel blijft liggen en kan tot verruiging en viltlaag leiden.

Maai/

zuigcombinatie

Snijden en direct opzuigen van maaisel en afvoeren, toegepast op lastig te beheren of onveilig te bewerken percelen waar afvoer van maaisel gewenst is. Voordeel: Toch afvoer van maaisel, in te zetten bij bestrijden van plaagsoorten

Nadeel: Zware machines, duurdere vorm, voert ook zaden en kleine fauna af

Korfmaaier Gazonbeheer
Bosmaaier Kleinschalig klepelen van hoekjes en rond objecten. Voordeel: precies mee te werken in kleine vlakken.

Nadeel: maaisel blijft vaak liggen bij object waardoor de zode verruigt en vervilt.

Tabel: Afweging onderhoudsmaterieel.